Actief voor het waterschap: Derde training waterschapsfinanciën en de rol van het algemeen bestuur
Tijdens de derde bijeenkomst van de cursus over het waterschapsbestuur stond één vraag centraal: hoe wordt een waterschap bestuurd en hoe worden de financiële keuzes gemaakt die uiteindelijk zichtbaar worden op de jaarlijkse waterschapsaanslag? De avond bood deelnemers inzicht in zowel de democratische besluitvorming als de financiële huishouding van het waterschap. Daarbij werd toegelicht welke taken het waterschap uitvoert op het gebied van waterveiligheid, waterkwaliteit, afvalwaterzuivering en infrastructuur en welke bestuurlijke en financiële keuzes daarmee samenhangen.
De bijeenkomst begon met een toelichting op de rol van het algemeen bestuur, vergelijkbaar met een gemeenteraad. Uitgelegd werd dat ieder lid van het algemeen bestuur drie kernrollen heeft: volksvertegenwoordiger, kadersteller en controleur. Als volksvertegenwoordiger vertegenwoordigt een bestuurder inwoners en belangen binnen het gebied van het waterschap. Als kadersteller bepaalt het algemeen bestuur de hoofdlijnen van beleid en de richting die het waterschap opgaat. Als controleur ziet het bestuur erop toe dat het dagelijks bestuur de vastgestelde doelen daadwerkelijk uitvoert en publieke middelen zorgvuldig besteedt.
Tijdens de uitleg werd uitgebreid stilgestaan bij het verschil tussen kaderstellen en uitvoeren. Aan de hand van een voorbeeld werd duidelijk gemaakt dat bestuurders zich richten op het vaststellen van maatschappelijke doelen en beleidskaders, terwijl de uitvoering van beleid bij het dagelijks bestuur en de ambtelijke organisatie ligt. Daarmee werd inzicht gegeven in de manier waarop het bestuur op hoofdlijnen richting geeft aan het werk van het waterschap.
Een groot deel van de avond stond vervolgens in het teken van de financiën van het waterschap. Uitgelegd werd dat het waterschap voor 2026 werkt met een begroting van ongeveer 285 miljoen euro. Deze inkomsten zijn verdeeld over verschillende heffingen voor watersysteembeheer, afvalwaterzuivering en wegenbeheer. Anders dan gemeenten ontvangt een waterschap slechts beperkt geld van het Rijk voor zijn reguliere taken. Het grootste deel van de inkomsten wordt rechtstreeks opgehaald bij inwoners, bedrijven, agrariërs en natuurterreinen binnen het beheergebied.
Deelnemers kregen uitleg over het financiële systeem van waterschappen. De opbrengsten van de verschillende heffingen zijn wettelijk gescheiden. Geld dat wordt opgehaald voor het watersysteem mag bijvoorbeeld niet worden gebruikt voor afvalwaterzuivering of wegenbeheer. Daarmee wordt geborgd dat belastinggeld uitsluitend wordt ingezet voor het doel waarvoor het is geïnd.
Ook werd stilgestaan bij de belastingdruk voor verschillende groepen inwoners en organisaties. Aan de hand van voorbeelden werd inzichtelijk gemaakt hoe de lasten verschillen tussen huurders, woningeigenaren, agrarische bedrijven en ondernemingen. Daarbij werd uitgelegd hoe de verdeling van de kosten periodiek wordt herzien via de kostentoedelingsverordening, waarin wordt vastgesteld welke groepen welk deel van de kosten dragen.
Tijdens de bijeenkomst werd ook ingegaan op de positie van buitendijkse gebieden binnen het belastingstelsel van het waterschap. Woningen, bedrijven en gronden die buitendijks liggen ontvangen momenteel een korting op de watersysteemheffing, omdat zij minder profiteren van bepaalde vormen van waterbescherming. Tijdens de bijeenkomst werd toegelicht dat momenteel wordt onderzocht of deze korting nog steeds passend is en hoe andere waterschappen hiermee omgaan. Dit onderwerp zal de komende periode opnieuw bestuurlijk worden besproken.
In dat kader werd ook toegelicht hoe de financiering van dijkversterkingen binnen het Nederlandse watersysteem is georganiseerd. Daarbij werd uitgelegd dat waterschappen gezamenlijk bijdragen aan de kosten van waterveiligheid. Ook waterschappen zonder primaire waterkeringen dragen financieel bij aan dijkversterkingen elders in Nederland. Deze systematiek is gebaseerd op het solidariteitsprincipe dat binnen het Nederlandse waterbeheer wordt toegepast.
Vervolgens werd vooruitgekeken naar de investeringsopgaven waarmee waterschappen richting 2050 rekening houden. Klimaatverandering, zeespiegelstijging, langere periodes van droogte, extremere regenval, woningbouwontwikkeling en strengere Europese milieuregels vragen om omvangrijke investeringen. Daarbij werd onder meer ingegaan op toekomstige investeringen in afvalwaterzuiveringen, waterkwaliteit en het verwijderen van medicijnresten uit afvalwater. Ook werd toegelicht dat veel bestaande installaties de komende jaren moeten worden vernieuwd of vervangen.
Tijdens de presentatie werd toegelicht dat de jaarlijkse investeringen de komende decennia naar verwachting zullen toenemen van ongeveer vijftig miljoen euro per jaar naar meer dan tweehonderd miljoen euro per jaar om aan wettelijke en maatschappelijke opgaven te kunnen voldoen. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor de meerjarenbegroting, de financiering en de prioritering van toekomstige projecten.
Daarbij kwam tevens aan de orde dat de uitvoering van deze investeringen niet uitsluitend afhankelijk is van financiële middelen. Tijdens de bijeenkomst werd toegelicht dat financiële middelen, personele capaciteit, specialistische kennis en uitvoeringskracht gezamenlijk bepalend zijn voor de uitvoerbaarheid van projecten. Ook samenwerking met andere overheden, kennisinstellingen en marktpartijen werd in dit verband besproken.
Een ander onderwerp dat werd besproken was de invloed van Europese regelgeving op toekomstige investeringen en beleidskeuzes van waterschappen. Een deel van de toekomstige investeringen vloeit voort uit Europese afspraken en normen op het gebied van waterkwaliteit, klimaatadaptatie en afvalwaterzuivering. Hierdoor hebben Europese beleidsontwikkelingen directe gevolgen voor de werkzaamheden en investeringen van waterschappen.
Om inzicht te geven in de wijze waarop beleid en financiën samenkomen, werd vervolgens de bestuurlijke en financiële cyclus van het waterschap toegelicht. Daarbij kwamen onder meer het waterbeheerprogramma, het bestuursakkoord, uitvoeringsprogramma’s, de kadernota, begroting, begrotingswijzigingen en de jaarrekening aan bod. Hiermee werd inzicht gegeven in de manier waarop beleidsdoelen worden vertaald naar concrete activiteiten, investeringen en financiële keuzes.
Na de financiële toelichting verschoof de aandacht naar de instrumenten die leden van het algemeen bestuur kunnen inzetten bij hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taken. Besproken werden onder meer verordeningen, het budgetrecht, schriftelijke en mondelinge vragen, interpellatiedebatten, moties, amendementen, initiatiefvoorstellen, het recht van onderzoek, het recht op ambtelijke bijstand en stemverklaringen. Per instrument werd toegelicht wanneer en waarom het wordt ingezet en welke rol het speelt binnen het bestuurlijke proces.
Binnen dit onderdeel werd ook ingegaan op de verschillen tussen moties, amendementen en initiatiefvoorstellen. Daarbij werd toegelicht op welke wijze deze instrumenten kunnen worden ingezet om voorstellen te wijzigen, beleid te beïnvloeden of onderwerpen op de bestuurlijke agenda te plaatsen. Ook werd uitleg gegeven over moties van treurnis, afkeuring en wantrouwen en de betekenis daarvan binnen het openbaar bestuur.
Aansluitend werd de positie van de Rekenkamer besproken als onafhankelijk orgaan dat onderzoek verricht naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid. De rapporten van de Rekenkamer worden aangeboden aan het algemeen bestuur en kunnen worden gebruikt bij de uitvoering van de controlerende taak van bestuurders.
De bijeenkomst werd afgesloten met speeddatesessies waarbij deelnemers rechtstreeks in gesprek konden gaan met leden van het algemeen bestuur. Daarbij was gelegenheid om vragen te stellen over de dagelijkse praktijk van het waterschapsbestuur, de financiële opgaven en de wijze waarop besluiten binnen het waterschap tot stand komen.
De onderwerpen die gedurende de avond aan bod kwamen, gaven inzicht in de financiële, bestuurlijke en organisatorische aspecten van het waterbeheer en de taken die waterschappen uitvoeren op het gebied van waterveiligheid, waterkwaliteit en infrastructuur.
