Waar ik voor sta

De lokale politiek gaat over wat dichtbij is: over opgroeien, wonen, werken, zorgen voor elkaar en samen vooruitkijken. Als raadslid kreeg ik te maken met álle onderwerpen die Barendrecht raken. Die verantwoordelijkheid heb ik altijd serieus genomen. Ook als eenpitter in de oppositie, vaak zonder de steun van een groot team, maar wel met een sterk besef van waarvoor ik dit werk doe en voor wie.

Politiek is voor mij nooit alleen het afhandelen van dossiers geweest. Het vraagt keuzes, uithoudingsvermogen en trouw blijven aan jezelf, juist wanneer je alleen staat. Dat betekent niet dat andere onderwerpen minder belangrijk zijn, maar wel dat je bewust moet omgaan met de beperkte ruimte die je hebt. Naast het dagelijkse raadswerk heb ik daarom geprobeerd niet te verzuipen in de alledaagse drukte, maar ook ruimte te houden voor de thema’s waarvoor ik ooit de politiek ben ingegaan.

In die vier jaar zijn er twee onderwerpen geweest waarin ik mij consequent, op verschillende manieren en met volle overtuiging heb geïnvesteerd: kinderrechten en participatie. Niet als losse projecten, maar als een bewuste en langdurige inzet, omdat deze twee voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en raken aan de kern van een eerlijke en toekomstgerichte samenleving.

Onze kinderen zijn de toekomst. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar vraagt elke dag om keuzes die dat ook waarmaken. Ik geloof in een samenleving waarin ieder kind gelijke kansen krijgt om veilig op te groeien, onderwijs te volgen, zich te ontwikkelen en uiteindelijk zijn of haar plek te vinden. Dat vraagt meer dan alleen aandacht voor veiligheid. Het vraagt om goede randvoorwaarden zoals armoedebestrijding, het aanpakken van laaggeletterdheid en toegang tot sport en cultuur. Een kind kan zich pas ontplooien als de basis op orde is. Kinderrechten zijn daarbij voor mij geen abstracte idealen, maar concrete verplichtingen die richting geven aan lokaal beleid, juist ook wanneer kinderen zelf niet aan tafel zitten.

Daarmee nauw verbonden is mijn inzet voor participatie. Want rechten en kansen krijgen pas betekenis wanneer mensen daadwerkelijk kunnen meedoen. Een samenleving werkt pas echt als mensen zich gezien en gehoord voelen. Kansenongelijkheid is geen theoretisch begrip, maar dagelijkse realiteit voor gezinnen die te maken hebben met financiële onzekerheid, beperkte kansen op de arbeidsmarkt of onvoldoende ondersteuning bij zorg en ziekte. Wie structureel met een achterstand begint, kan niet op eigen kracht gelijke kansen creëren.

Juist daarom heb ik participatie steeds benaderd als meer dan inspraak achteraf. Voor mij is het een voorwaarde voor gelijkwaardigheid en voor beter beleid. Niet alleen de mondige inwoner moet zijn weg weten te vinden, maar iedereen moet de mogelijkheid hebben om invloed uit te oefenen op besluiten die het dagelijks leven raken. Dat geldt voor volwassenen, maar zeker ook voor kinderen en jongeren. Daar begint het.

Ook mijn inzet voor een duurzame toekomst sluit hierbij aan. Niet alleen in de zin van milieubewuste keuzes of energietransitie, maar in de bredere vraag hoe we Barendrecht leefbaar houden voor volgende generaties. Dat vraagt om vooruitdenken, om slimme keuzes in mobiliteit, afvalverwerking, woningrenovatie en infrastructuur, en om oog voor de gevolgen van klimaatverandering. Barendrecht ligt deels op en onder NAP. Kleine veranderingen in waterstanden kunnen grote impact hebben. Dat vraagt om tijdig handelen en samenwerking met andere gemeenten.

Wat al deze lijnen verbindt, is de overtuiging dat beleid sterker wordt wanneer het wordt gemaakt mét mensen, niet alleen vóór hen. Vanuit die gedachte heb ik kinderrechten als moreel kompas gebruikt en participatie als instrument om die rechten daadwerkelijk inhoud te geven. Niet omdat andere dossiers minder tellen, maar omdat deze twee raken aan waarom ik ooit voor de politiek heb gekozen.

Op deze pagina ga ik verder in op wat ik op het gebied van kinderrechten en participatie concreet heb gedaan, welke stappen zijn gezet en waarom ik hier structureel in heb geïnvesteerd. Niet als eindpunt, maar als basis voor gesprek. Ik heb de wijsheid niet in pacht, wel de bereidheid om te luisteren, te leren en aangesproken te worden.