Ubuntu als fundament voor mens, gemeenschap en besluitvorming
Tijdens de slotbijeenkomst van de leergang Burgerberaad stond de Afrikaanse filosofie Ubuntu centraal. Gastspreker Maria van den Boer, oprichter van de Nguia Ti Bé Foundation, gaf de deelnemers een diepgaand inzicht in wat deze filosofie wél en niet is, en hoe zij richting kan geven aan democratische besluitvorming en burgerberaden. Ubuntu werd gepresenteerd als een mensbeeld dat uitgaat van de uitspraak “Ik ben omdat wíj zijn.” Het laat zien dat mensen nooit als losse individuen bestaan, maar altijd in relatie tot anderen. Elkaars waardigheid blijven erkennen is binnen deze traditie geen vorm van beleefdheid, maar een morele opdracht. Daarbij werd benadrukt dat Ubuntu geen methode is, maar een filosofisch en spiritueel systeem.
In deze visie bestaat het “wij” uit meer dan de mensen die fysiek aanwezig zijn. Het omvat de levende gemeenschap, maar ook voorouders die nog doorwerken in verhalen en oriëntatie, de ongeborenen die de gevolgen dragen van keuzes in het heden, en de natuur die als deel van dezelfde gemeenschap wordt gezien. Dat brede wij staat zowel voor verbondenheid als verantwoordelijkheid: wat iemand doet, werkt door voorbij het eigen leven.
Ubuntu maakt ook duidelijk dat je niet vanzelf persoon bént — je wordt het. Persoon-wording vindt plaats door karaktervorming, morele opvoeding en het leren omgaan met grote tegenstellingen als leven en dood, verlies en verbinding. Wijsheid is daarbij nooit exclusief bezit van één individu; het ontstaat in gemeenschap, omdat niemand een morele last alleen kan dragen. Het erkennen van de ander maakt jezelf “meer mens”, terwijl ontmenselijking — via uitsluiting, haat of geweld — de ander én jezelf kleiner maakt. Deze gedachte raakte aan zorgen die in de samenleving spelen, zoals polarisatie en het gevoel dat groepen niet meer dezelfde werkelijkheid delen.
De bijeenkomst begon met een traditioneel water-ritueel: drinken, een druppel op de aarde sprenkelen en het glas doorgeven. Dit eenvoudige ritueel markeert welkom, verbinding met voorouders en een gezamenlijke intentie om de bijeenkomst bewust te openen. Daarna volgde de begroeting “Sawubona – Sikhona” (“Ik zie jou – Ik ben hier omdat jij mij ziet”), die liet zien hoe voorstellen binnen Ubuntu werken: niet via functies of organisaties, maar door verhaal, achtergrond en naam. Daarmee worden onderliggende spanningen zichtbaar en ontstaat een basis van vertrouwen. Ook stem, stilte, muziek en energie werden besproken als elementen die invloed hebben op hoe groepen functioneren. Stilte werd bijvoorbeeld aangeduid als bijdrage, niet als leegte. Deze symboliek is geen folklore, maar een uitnodiging om in burgerberaden bewuster om te gaan met sfeer, ritueel en relationele veiligheid.
De filosofie werd vervolgens verbonden met Afrikaanse vormen van lokaal beraad, zoals Indaba en Kgotla en Gacaca (vooreeld van herstelrecht). Deze praktijkvoorbeelden lieten zien hoe besluitvorming in gemeenschappen plaatsvindt: vaak in een kring, op symbolische plekken, en met ruimte voor in- en uitloop. Ouderen spelen er doorgaans een belangrijke rol als dragers van morele traditie, maar machtsverschillen naar gender, leeftijd of status bestaan er net zo goed. Tegelijk zijn er contexten waarin vrouwen een cruciale, soms informele rol spelen in het stoppen of sturen van het beraad. Bij conflicten ligt de nadruk op herstel in plaats van straf. Na periodes van genocide of apartheid werden herstellende vormen van waarheidsvinding gebruikt om het sociale weefsel opnieuw te verbinden. Besluiten worden er niet genomen op basis van meerderheid, maar wanneer er een gedeeld evenwicht voelbaar is.
Die inzichten werden vertaald naar de Nederlandse praktijk van burgerberaden. Ubuntu gaat uit van gedeelde verantwoordelijkheid: iedereen draagt bij aan het geheel. Dat staat op gespannen voet met de reflex om verantwoordelijkheid neer te leggen bij de overheid of de voorzitter. Voor een burgerberaad betekent dit dat deelnemers zich mede-eigenaar moeten voelen van het proces. Daarnaast werd duidelijk dat urgentie en betrokkenheid niet vanzelf ontstaan; die moeten vooraf worden opgebouwd. Ook werd benadrukt dat aandacht voor wie er níet spreekt — voor stiltes, afwezigheid en verschillen in achtergrond — essentieel is. Rituelen, vormgeving en aandacht voor toon en energie zijn geen randzaken, maar bepalend voor of mensen zich gezien en erkend voelen. Tot slot werd gewaarschuwd voor culturele toe-eigening: Ubuntu kan inspireren, maar mag niet worden gekopieerd zonder de context te respecteren. De onderliggende principes — waardigheid, onderstroom, helende waarheid en verantwoordelijkheid — moeten worden vertaald naar de Nederlandse situatie.
Gaandeweg werd zichtbaar hoe de kern van Ubuntu terugkomt in de dagelijkse praktijk van burgerberaden. Het gaat daarbij niet alleen om een goede organisatie, maar vooral om de manier waarop mensen zich tot elkaar verhouden en verantwoordelijkheid delen. Dat sluit nauw aan bij de rode draad van de hele leergang: besluiten nemen is één ding, maar de manier waarop je als gemeenschap samen aan tafel zit, is minstens zo belangrijk.