|

Tentoonstelling “Erfenissen van de Nederlandse Slavernij: Negen Verhalen” geopend in Provinciehuis Zuid-Holland

In het Provinciehuis in Den Haag is de reizende tentoonstelling “Erfenissen van de Nederlandse Slavernij: Negen Verhalen” geopend. Deze expositie, samengesteld door het Nationaal Slavernijmuseum en het Nationaal Archief, laat zien hoe het slavernijverleden doorwerkt in het heden. Negen persoonlijke verhalen uit onder meer Zuid-Afrika, Indonesië, de Molukken, Aruba, Suriname, Amsterdam, Sint-Eustatius en Virginia (VS) maken het verleden invoelbaar en actueel.

De opening werd verricht door John Leerdam, directeur van het Nationaal Slavernijmuseum, en gedeputeerde Frederik Zevenbergen. Conservator Peggy Brandon benadrukte dat door hebzucht miljoenen mensen wereldwijd zijn verspreid, familielijnen zijn verbroken en geschiedenissen verloren gingen. Mensen zijn op allerlei manieren meegenomen en vervoerd – ook baby’s – en generaties lang gedwongen tot slavernij. “Ook in Nederland zie je de objecten van die erfenissen om je heen, in Utrecht, Groningen en Zeeland. Het mooiste wat een archief kan doen, is die geschiedenis teruggeven,” aldus Brandon.

Daarna sprak publiekshistoricus en onderzoeker Emma Sow over de rol van de Zuid-Hollandse regio Rijnland in kolonialisme en slavernij. Zij liet zien hoe inwoners van Rijnland door de eeuwen heen op verschillende manieren betrokken zijn geweest. Het waren de eigenaren van prachtig ingerichte grachtenpanden die profiteerden van koloniale uitbuiting, de verzamelaars van exotische objecten die de rijkdom van dat systeem tentoonstelden, en de plantage-eigenaren die hun inkomsten haalden uit slavernij. Sow benadrukte dat het tijd is om dit gebied en zijn verleden uit de schaduw te trekken. De bijvondsten en inzichten uit recent onderzoek vormden het uitgangspunt van haar lezing.

John Leerdam benadrukte in zijn bijdrage dat er belangrijk werk is geleverd door het Nationaal Archief om kracht en hoop te geven aan degenen wiens stem gehoord moet worden. Hij wees erop dat het Nationaal Slavernijmuseum, dat in Amsterdam wordt gebouwd, een instituut van verbinding wil zijn: een plek waar zwart, wit en bruin elkaar kunnen ontmoeten en waar de blik toekomstgericht is zonder het verleden te vergeten. “Niets kan veranderd worden zonder het in de ogen te kijken,” aldus Leerdam. Het museum bouwt voort op de strijd van generaties die eerder voor erkenning en vrijheid hebben gevochten: “We leggen niet zomaar stenen, we verankeren de geschiedenis voor de toekomst.” Het Nationaal Slavernijmuseum richt zich op een breed publiek, met ruimte voor educatie, kunst, kennis en onderzoek, en zal aandacht geven aan zowel het trans-Atlantische als het Indisch-Oceanische slavernijverleden.

Gedeputeerde Frederik Zevenbergen (VVD) wees erop dat de provincie Zuid-Holland drie jaar geleden is gestart met onderzoek naar het eigen koloniale verleden. Dat heeft inmiddels drie publicaties opgeleverd. Uit dat onderzoek blijkt dat de Staten van Holland op politiek niveau een coördinerende en sturende rol speelden in de opbouw van het koloniale rijk en binnen de Staten-Generaal pleitten voor hard optreden, bijvoorbeeld bij het neerslaan van slavenopstanden. Met dit drietal onderzoeken beoogt de provincie bovendien meer zicht te krijgen op de doorwerking van het slavernij- en koloniale verleden op de huidige samenleving, oplossingsrichtingen om kansenongelijkheid te bestrijden en aanbevelingen over welke stappen de provincie kan ondernemen in de strijd tegen racisme en discriminatie. Vorig jaar bood commissaris van de Koning Jaap Smit namens de provincie Zuid-Holland excuses aan voor deze rol in het slavernijverleden. Zevenbergen sprak de hoop uit dat ook andere provincies en gemeenten de stap zetten om dit gesprek te voeren en ruimte geven aan de huidige generatie om hun verhalen te vertellen.

Tijdens de bijeenkomst sprak ik ook met dr. Vijay Gangadin, voorzitter van Stichting APNA in Rotterdam. APNA zet zich in voor Hindoestaanse kunst, cultuur en religie en organiseert jaarlijks onder andere de Holi- en Divali-vieringen. Daarmee laat de stichting zien dat zij óók oog hebben voor de thema’s van erfgoed, identiteit en verbondenheid die in deze tentoonstelling centraal staan.

De persoonlijke verhalen raakten mij diep. Ze maken duidelijk dat geschiedenis niet ver weg is, maar verweven in wie wij vandaag zijn. Deze tentoonstelling nodigt uit om dat gesprek met elkaar te blijven voeren.

De tentoonstelling is nog tot 1 december 2025 te zien in het Provinciehuis en nodigt bezoekers uit tot ontmoeting, dialoog en reflectie over ons gedeelde verleden en de betekenis ervan voor nu.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *