Surinamers in Rotterdamse besturen en Raden
Het lezen van dit boek van Ram Soekhlal voelde voor mij als een kennismaking met een stuk politieke geschiedenis dat veel zichtbaarder mag zijn.
Als raadslid en Fractievoorzitter met Surinaamse roots vond ik het bijzonder om te lezen over de mensen die mij in de politiek zijn voorgegaan. Welke weg hebben zij afgelegd? Waar liepen zij tegenaan? En misschien nog belangrijker: wat hebben zij daadwerkelijk weten te veranderen?
Juist dat laatste maakte indruk op mij. Politieke vertegenwoordiging gaat namelijk niet alleen over wie er op een kandidatenlijst staat of wie uiteindelijk een zetel krijgt. Dit boek laat zien wat vertegenwoordiging concreet kan betekenen.
Neem Peggy Wijntuin, die zich jarenlang inzette voor erkenning van het slavernijverleden van Rotterdam. Zij was initiatiefnemer van het Slavernijmonument en stond aan de basis van onderzoeken naar het slavernij- en koloniale verleden van de stad. Dat zijn resultaten die vandaag onderdeel zijn geworden van het collectieve geheugen van Rotterdam.
Ook het verhaal van Richard Moti bleef bij mij hangen. Niet alleen vanwege zijn lange politieke loopbaan als raadslid, fractievoorzitter en wethouder, maar vooral vanwege zijn reflecties op wat het betekent om als politicus met een biculturele achtergrond zichtbaar te zijn. Haatberichten, discriminatie en opmerkingen als ‘ga terug naar je eigen land’ laten zien dat politieke zichtbaarheid ook een persoonlijke prijs kan hebben.
Tegelijkertijd laat zijn verhaal zien waarom die vertegenwoordiging ertoe doet. Het slavernijmonument, de viering van Holi, een as-uitstrooiplek en een islamitische begraafplaats worden in het boek genoemd als voorbeelden van ontwikkelingen waarbij politici met een biculturele achtergrond een belangrijke rol hebben gespeeld.
Dat zette mij tijdens het lezen aan het denken. Veel voorzieningen, erkenning en ruimte voor verschillende gemeenschappen die we tegenwoordig misschien vanzelfsprekend vinden, zijn dat niet vanzelf geworden. Mensen vóór ons hebben onderwerpen op de politieke agenda gezet, deuren geopend en soms jarenlang moeten volhouden voordat er daadwerkelijk iets veranderde.
Daar voel ik vooral trots bij. Trots op wat mijn voorgangers hebben neergezet, maar ook verantwoordelijkheid om te beseffen dat iedere generatie weer haar eigen bijdrage moet leveren.
De kracht van deze publicatie is voor mij dan ook dat Ram Soekhlal niet alleen politieke loopbanen beschrijft, maar stemmen en ervaringen vastlegt die onderdeel zijn van de geschiedenis van Rotterdam. Zoals hij zelf in zijn voorwoord aangeeft, is het geen academische analyse, maar een persoonlijke zoektocht naar stemmen die vaak onderbelicht blijven. Juist daarin zit de waarde.
Ik hoop daarom dat dit boek niet alleen wordt gelezen door mensen die al geïnteresseerd zijn in politiek, maar juist ook door jonge Surinamers die misschien nog twijfelen of politiek iets voor hen is.
Want als dit boek één ding zichtbaar maakt, is het dit: vertegenwoordiging doet ertoe. De ruimte die er vandaag is, is mede ontstaan doordat anderen vóór ons bereid waren die ruimte te bevechten, te vergroten en door te geven.
Aan onze generatie de opdracht om daar niet alleen trots op te zijn, maar er ook iets mee te doen.
