Scrollen, posten, liken – maar wat doet het echt met je hoofd?
Hoe gezond is het eindeloos scrollen op TikTok? Waarom voelen sommige jongeren zich beter online dan in het echte leven? En hoe kun je zelf de baas blijven over je scherm?
Deze vragen stonden centraal tijdens de bijeenkomst over de invloed van sociale media op jongeren. Het Trimbos-instituut bracht onderzoekers, beleidsmakers en jeugdprofessionals samen om cijfers, ervaringen en nieuwe inzichten te delen.
Jongeren zitten massaal online – cijfers, trends en verschillen
De onderzoekers lieten zien dat sociale media allang geen hype meer zijn: bijna 9 op de 10 jongeren in het voortgezet onderwijs gebruiken dagelijks één of meerdere platforms. Dat aantal is de afgelopen jaren nog licht gestegen, vooral doordat TikTok in korte tijd explosief populair werd. Jongeren besteden gemiddeld meerdere uren per dag aan scrollen, kijken en reageren, al blijft het lastig precies te meten hoeveel tijd dat echt is. Veel jongeren onderschatten dat zelf. Daarom wordt gewerkt aan nieuwe manieren om het gebruik beter in kaart te brengen.
Opvallend is dat jongeren vaak hun eigen mix van apps samenstellen. YouTube is populair, vooral onder jongere tieners die nog niet overal een account mogen hebben. TikTok en Snapchat groeien hard, terwijl Instagram nog steeds veel gebruikt wordt, maar wel een beetje terrein verliest doordat steeds meer volwassenen het platform opzoeken – wat onderzoekers gekscherend het ‘Daddy-on-the-dancefloor-effect’ noemen. Wat jongeren precies doen, verschilt enorm. Sommigen kijken vooral filmpjes, anderen delen dagelijks hun eigen content of sturen non-stop berichten naar vrienden. Dit persoonlijke gebruikspatroon bepaalt ook hoe sociale media invloed hebben op hoe je je voelt.
De effecten zijn niet zwart-wit
Onderzoeker Nastasia Griffioen benadrukte dat sociale media niet per se goed of slecht zijn. “Voor de één zijn het plekken om creatief te zijn of steun te vinden. Voor de ander een bron van stress en vergelijking. Het beeld dat sociale media alleen maar slecht zijn, klopt niet. Alles draait om hoe je het gebruikt en hoe stevig je in je schoenen staat.”
Uit de presentaties bleek dat er jarenlang verwarring is geweest over de effecten van sociale media. Sommige onderzoeken vonden duidelijke negatieve effecten op mentale gezondheid, andere juist positieve, en weer andere zagen helemaal geen verband. Volgens de experts komt dat omdat sociale media veel complexer zijn dan vaak wordt gedacht. Veel studies vroegen jongeren simpelweg zelf te schatten hoeveel tijd ze online waren en hoe ze zich voelden, terwijl dat in werkelijkheid lastig te meten is. Nieuw onderzoek laat zien dat de impact sterk afhangt van persoonlijke factoren. Een jongere met weinig zelfvertrouwen of weinig steun kan sociale media gebruiken als vlucht, waardoor het risico op negatieve gevoelens groeit. Anderen gebruiken het juist om creatief te zijn of nieuwe contacten te vinden en voelen zich daar beter door. Ook het gebruikspatroon maakt verschil: passief scrollen zonder zelf iets te delen kan sneller leiden tot onzekerheid, terwijl actief posten en reageren juist positieve effecten kan hebben. Belangrijk is ook de intentie: gebruik je je telefoon om even te ontspannen, of omdat je je eigenlijk slecht voelt? Volgens de onderzoekers is het idee dat sociale media dé oorzaak zijn van mentale problemen te eenzijdig. Er spelen altijd meerdere factoren mee, zoals hoe je in je vel zit, hoe je omgeving reageert en hoe je zelf kiest om je scherm te gebruiken. Juist daarom is het belangrijk jongeren te leren reflecteren op hun eigen gedrag en bewust keuzes te maken.
Praktische tips voor ouders en opvoeders
Speciaal voor ouders werd een nieuwe landelijke richtlijn gepresenteerd, opgesteld door onderzoekers van de Universiteit Utrecht en de VU Amsterdam. Deze richtlijn geeft houvast bij wat gezond schermgebruik inhoudt en hoe ouders kunnen helpen om een goede balans te vinden. De onderzoekers omschrijven gezond schermgebruik als een combinatie van vier onderdelen. Allereerst is het belangrijk dat schermtijd, vooral bij jongere kinderen, in gezelschap plaatsvindt. Bijvoorbeeld door samen iets te kijken of te praten over wat ze online meemaken. Daarnaast is het niet de bedoeling dat schermen standaard worden gebruikt als troostmiddel bij verdriet of boosheid, omdat kinderen dan minder leren om emoties zelf te reguleren. Verder draait het om balans: er moet genoeg ruimte blijven voor andere activiteiten zoals slapen, bewegen, buitenspelen of gewoon even niets doen. Tot slot moet de inhoud passen bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind.
De richtlijn wil vooral bewustwording vergroten en ouders helpen afspraken te maken die passen bij hun gezin. “We hebben niet één norm opgelegd,” legde onderzoeker Helen Vossen uit, “maar handvatten verzameld waarmee ouders zelf kunnen kiezen wat werkt.” Een belangrijk uitgangspunt is dat kinderen leren media verstandig te gebruiken doordat ouders interesse tonen, meedoen en zelf het goede voorbeeld geven. Daarom wordt aangeraden kritisch naar je eigen schermgedrag te kijken, bijvoorbeeld door de telefoon weg te leggen tijdens het eten of een spelletje. Ook het stellen van vragen is volgens de onderzoekers een krachtig hulpmiddel: wat vind je leuk aan een app, heb je wel eens iets vervelends meegemaakt en hoe zou je reageren als dat gebeurt? Zo ontstaat een open gesprek waarin kinderen zich serieus genomen voelen.
Tot slot kwamen ook de discussies over leeftijdsgrenzen aan bod. Hoewel sommige politici pleiten voor een minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media, adviseert de richtlijn om rond 13 jaar onder begeleiding te starten met laagdrempelige platforms zoals WhatsApp of Signal. “Dan kun je stap voor stap uitleggen hoe je online veilig blijft,” lichtte Vossen toe. “Maar het blijft een persoonlijke keuze. Belangrijk is vooral dat ouders betrokken blijven.”
De onderzoekers benadrukten dat gezond schermgebruik niet alleen een taak is voor ouders. Ook scholen, jongerenwerk, gemeenten en landelijke overheid hebben een rol. “Ouders hebben al zoveel ballen in de lucht,” zei Ina Koning. “Mediaopvoeding lukt beter als het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is.”
De rol van gemeenten: meedenken en ondersteunen
Ellen van den Berg van gemeente Utrecht liet zien hoe gemeenten kunnen bijdragen aan een gezonde digitale balans. Bijvoorbeeld door scholen en jongerenwerk te ondersteunen met voorlichting en projecten. “Het gaat niet alleen om minder schermtijd,” lichtte Van den Berg toe. “Het draait ook om voldoende slaap, bewegen, buiten zijn en kritisch nadenken over wat je online ziet.”
Wat kun je zelf doen?
Of je nu jongere bent, ouder of professional: sociale media horen bij het dagelijks leven. Maar je kunt wél kiezen hoe je ermee omgaat. Zet meldingen uit als je rust wilt. Kies bewust momenten om offline te zijn. Praat met vrienden of je ouders als je ergens mee zit. En onthoud: niet alles wat je online ziet is echt.
De presentaties en opname van de bijeenkomst zijn binnenkort terug te kijken. Wil je weten hoe je slimmer omgaat met je tijd op je scherm? Of ben je benieuwd naar de nieuwe richtlijn gezond schermgebruik? Kijk dan op www.gezondschermgebruik.nl.
Sociale media zijn er om je leven leuker te maken – niet om je te laten twijfelen aan jezelf. Jij bepaalt hoe je dat doet.