Samen zetten we de stap over de drempel: conferentie suïcidepreventie en de nieuwe wet
Samen zetten we de stap over de drempel. Dat was de rode draad van de landelijke conferentie suïcidepreventie, waar de nieuwe Wet integrale suïcidepreventie centraal stond. Deze wet treedt in januari 2026 in werking en is voor alle betrokken organisaties nieuw. De bijeenkomst bood ruimte om inspiratie op te doen, verbindingen te leggen, strategieën af te stemmen en kennis te maken met bewezen interventies. Het gevoel van gezamenlijkheid en de overtuiging dat iedereen kan bijdragen aan Samen Minder Suïcide stonden daarbij centraal.
Tijdens de Wereld Suïcidepreventieweek trapte antropoloog Danielle Braun de conferentie af. Zij koos bewust niet voor cijfers, maar voor mensen. Ze liet de zaal voelen hoe het is als het donker wordt: dat je niet eerst een protocol nodig hebt, maar iemand die naast je komt zitten. Niet harder trekken aan het gras, maar de tijd houden. Niet oplossen, wel blijven. “Aandacht is goud,” zei ze, en precies zo klonk het: als iets eenvoudigs én kostbaars dat je nooit opraakt zolang je het deelt. Braun draaide het perspectief om: organisaties zijn geen dozen met lagen, maar netwerken van draden tussen mensen, en dáár ontstaat suïcidepreventie—op schoolpleinen en sportclubs, bij de balie van het wijkteam, in de wachtkamer, tussen collega’s die elkaar echt zien. Cultuur, benadrukte ze, zit niet ín mensen maar tussen ons in: in de manier waarop we vragen hoe het gaat en het stil kunnen uithouden als het antwoord niet meteen komt. Dat is holding space: nabij zijn zonder haast, zodat iemand kan ademen tot er weer woorden zijn. Haar oproep was zacht en onontkoombaar: laat wetten en programma’s een hartslag krijgen door wat wij elke dag doen. Begin met één echte vraag. Blijf even langer zitten. Leg een draadje waar nog geen draadje was. Over muren heen, met de moed om niet weg te kijken.
De urgentie van die oproep werd onderstreept door de feiten: jaarlijks overlijden in Nederland ongeveer 1.900 mensen door suïcide en zijn er circa 40.000 pogingen. Het aantal mensen met suïcidale gedachten ligt nog veel hoger en blijft al jaren stabiel. De conferentie maakte duidelijk dat preventie geen exclusieve taak van de GGZ is, maar een brede maatschappelijke opdracht die alle gemeenten, organisaties en professionals aangaat. Het Australische model, dat als basis dient voor de nieuwe landelijke agenda, liet zien dat een brede aanpak effectief is en daadwerkelijk kan leiden tot een daling van het aantal pogingen.
Tijdens de bestuurdersessie in samenwerking met de VNG werd toegelicht dat gemeenten niet alleen verplicht worden om suïcidepreventie in hun gezondheidsbeleid op te nemen, maar daarbij ook ondersteuning krijgen in de vorm van formats, modellen en landelijke programma’s. Toch vraagt dit om politieke keuzes: middelen reserveren voor suïcidepreventie betekent andere prioriteiten verleggen. Het voorbeeld van de gemeente Maastricht, waar jaarlijks structureel drie ton wordt vrijgemaakt, illustreert dat het kan als je er echt voor kiest.
In een verdiepende sessie kwam de Simone-aanpak aan bod, die inzet op warme, persoonlijke begeleiding met ruimte en tijd voor de cliënt en diens naasten. Het ervaringsverhaal van Marine maakte duidelijk wat dit betekent: na jaren van verkeerde diagnoses vond zij bij Simone erkenning, een juiste diagnose en perspectief. “Als kind was ik raar, als volwassene ben ik uniek. Dankzij Simone mag ik eindelijk zijn wie ik ben.”
Ook de bijdrage van EHdK liet zien hoe belangrijk praktische uitvoering is. EHdK noemt zich geen adviesbureau maar een doe-bureau: zij helpen bestuurders in de kwetsbare mensenzorg hun maatschappelijke doelen te realiseren door actief mee te werken, de taal van de gezondheidszorg te spreken en projecten transparant op te pakken. Met ervaring in sectoren als jeugdzorg, GGZ en ouderenzorg en in opdracht van onder meer VWS, JenV en gemeenten, laten zij zien dat vernieuwing en samenwerking pas waarde krijgen als plannen ook echt van de grond komen. Daarbij stond de onacceptabele situatie van wachttijden in de jeugdzorg centraal: jongeren wachten gemiddeld tien maanden op hulp, juist bij specialistische vormen zoals behandeling van eetstoornissen of opname bij suïcidaliteit. Het terugdringen van wachttijden vraagt niet alleen meer capaciteit, maar ook bestuurlijke prioriteit, het doorbreken van bureaucratie en vernieuwende samenwerking.
De conferentie maakte zichtbaar dat mooie beleidsplannen alleen niet voldoende zijn: echte verandering vraagt samenwerking, aandacht voor de praktijk en politieke moed. Als gemeenteraadslid neem ik deze inzichten mee naar Barendrecht. Alleen door samen te werken, elkaar te ondersteunen en keuzes te durven maken, kunnen we bouwen aan een samenleving waarin mensen zich gezien, gesteund en gehoord weten – en waarin we streven naar Samen Minder Suïcide.




