Samen voor kinderen: kinderrechtencommunity viert én verdiept op Internationale Kinderrechtendag

Dat uitgerekend op Internationale Kinderrechtendag de Rotterdamse kinderrechtencommunity bij elkaar kwam, gaf de bijeenkomst vandaag een bijzondere lading. Als raadslid was ik aanwezig en voelde ik direct de energie: een ruimte vol jongeren, professionals, onderzoekers en gemeentelijke collega’s die elkaar vonden in één gedeelde overtuiging — dat kinderrechten niet iets zijn voor één dag per jaar, maar een dagelijkse opdracht voor iedereen die met kinderen werkt. Juist op deze dag was het mooi om te zien hoe uiteenlopende partijen hun ervaringen deelden en met elkaar zochten naar manieren om kinderen écht centraal te zetten in Rotterdam.

Aanleiding voor deze bijeenkomst was de stap die de gemeente Rotterdam begin november zette door zich aan te sluiten bij het UNICEF-programma Child Friendly Cities. Vanuit de organisatie en aanwezigen klonk duidelijk door dat dit meer is dan een symbolische handtekening. De gemeente wil de komende jaren gestructureerd in kaart brengen hoe het met kinderrechten in de stad is gesteld en wat er moet verbeteren. Daarbij hoort niet alleen aandacht voor beleid, maar juist ook voor de dagelijkse praktijk in wijken, scholen en voorzieningen, waar kinderen merken of hun rechten wel of niet worden waargemaakt.

De Kinderombudsvrouw Rotterdam-Rijnmond schetste in haar bijdrage hoe zij een toenemende aandacht ziet voor kinderrechten in de regio, maar ook hoe weerbarstig de praktijk soms is. Ze noemde voorbeelden uit de opvang van dakloze gezinnen, waar gezinnen met kinderen te vaak worden weggezet als “zelfredzaam” terwijl de impact op kinderen onvoldoende wordt meegewogen. Dat de gemeente Rotterdam de Kinderombudsvrouw actief om hulp vraagt om dit te verbeteren, werd tijdens de bijeenkomst gezien als een belangrijke ontwikkeling. Tegelijkertijd wees de ombudsvrouw op de spanning die kan ontstaan wanneer wordt benoemd dat kinderrechten in het geding zijn: professionals voelen zich dan soms aangevallen, juist omdat ze dagelijks onder hoge druk werken en het beste voor kinderen willen. Die spanning was voor veel aanwezigen herkenbaar en vormde een rode draad in de verdere uitwisseling.

Daarna vertelde de gemeentelijke projectcoördinator hoe Rotterdam is gekomen tot de ondertekening van het Child Friendly Cities-programma. Binnen de gemeente bestond al langer de wens om kinderen en jongeren structureel te betrekken bij beleidsontwikkeling, onder meer via jongerenhubs en participatietrajecten. Door gesprekken met UNICEF en partners in de stad werd duidelijk dat kinderrechten kunnen dienen als gezamenlijke kapstok voor jeugdbeleid over alle domeinen heen. De gemeenteraad onderschreef dit met een motie om deel te nemen aan het programma. Vanaf nu gaat Rotterdam met steun van UNICEF een brede analyse uitvoeren: welke voorzieningen en maatregelen zijn er al, waar zitten blinde vlekken, welke groepen kinderen vallen nu tussen wal en schip, en welke prioriteiten vragen de komende jaren om concrete actie?

UNICEF lichtte toe hoe het Child Friendly Cities-programma wereldwijd en in Nederland is opgebouwd. Gemeenten doorlopen een traject waarin eerst de lokale situatie rondom kinderrechten in kaart wordt gebracht, vervolgens in samenspraak met kinderen, jongeren en partners een beperkt aantal prioriteiten wordt gekozen, en daarna in enkele jaren zichtbaar resultaat moet worden geboekt. Jeugdparticipatie loopt als een rode draad door alle stappen heen. Het gaat niet alleen om het instellen van een kinder- of jongerenraad, maar om het systematisch meenemen van de ervaringen en ideeën van kinderen in beleid, uitvoering en evaluatie. Voor de aanwezige organisaties was het interessant om te horen hoe andere gemeenten hiermee omgaan, welke thema’s daar naar voren komen en hoe partners daar in de praktijk bij betrokken worden.

Wat deze bijeenkomst vooral bijzonder maakte, was dat kinderen en jongeren niet het onderwerp waren, maar actieve deelnemers in het gesprek. Jongerenambassadeurs van Digital Child Rights vertelden hoe zij werken aan bewustwording rond digitale kinderrechten. Wijkprofessionals en jeugdmakelaars brachten ervaringen in vanuit kinderwijkraden, jongerenhubs en vreedzame wijken, waar kinderen zelf onderwerpen agenderen en acties bedenken om hun buurt fijner, schoner en veiliger te maken. Docenten en decanen vertelden hoe zij in scholen dagelijks balanceren tussen werkdruk, beperkte middelen en de wens om ieder kind echt te zien. Onderzoekers van de Erasmus Universiteit vulden dit aan met inzichten uit participatief onderzoek, waarin kinderen en jongeren mede-onderzoeker zijn in plaats van alleen “respondent”.

In de open uitwisseling werd duidelijk dat veel betrokkenen hetzelfde gevoel delen: er wordt in het veld enorm hard gewerkt voor kinderen, maar het systeem sluit daar niet altijd op aan. Professionals ervaren bureaucratie, versnippering van verantwoordelijkheden en concurrentie tussen organisaties, terwijl het kind in de praktijk één geheel is met een gezin, achtergrond en toekomst. Tegelijkertijd werd kinderrechten ook benoemd als mogelijk hulpmiddel: een gemeenschappelijke taal en normenkader dat gebruikt kan worden om knelpunten zichtbaar te maken en bestuurders en systeemverantwoordelijken aan te spreken op hun rol. Niet als verwijt, maar als uitnodiging om samen op te trekken.

In het tweede deel van de middag werkten deelnemers in kleinere groepjes aan ideeën over hoe de kinderrechtencommunity het Rotterdamse Child Friendly Cities-traject kan ondersteunen. De gesprekken gingen onder meer over het uitwisselen van kennis en data, het verbinden van wijkinitiatieven met gemeentelijk beleid, het betrekken van kinderen via bestaande structuren zoals kinderwijkraden en scholen, en het vinden van vormen van participatie die niet alleen eenmalig zijn, maar blijvend. Opvallend was dat veel deelnemers het belang benadrukten van wederkerigheid: kinderen en jongeren worden niet alleen om input gevraagd, maar horen ook terug wat er met hun inbreng gebeurt en zien ook iets veranderen in hun leefomgeving.

De middag eindigde met een gevoel van gezamenlijke ambitie en verbondenheid. Hoewel het Child Friendly Cities-traject nog maar net is gestart, staat er al een stevig netwerk van professionals, jongeren, onderwijs, welzijn, wijkinitiatieven, gemeente en kennispartners klaar om samen verder te bouwen. Voor mij, als iemand die zich al langere tijd inzet voor kinderrechten in mijn eigen gemeente, was het inspirerend om te zien hoe openhartig ervaringen werden gedeeld en hoe vanzelfsprekend partijen elkaar wisten te vinden. Deze bijeenkomst liet zien hoeveel kracht er ontstaat wanneer kinderrechten niet blijven steken in beleidsstukken, maar worden gedragen door een community die bereid is om samen te werken aan echte verandering — in Rotterdam, maar ook als voorbeeld voor andere gemeenten.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *