Raadsvergadering 8 juli 2025
Op dinsdag 8 juli 2025 kwam de gemeenteraad van Barendrecht bijeen voor een vergadering waarin uiteenlopende onderwerpen aan de orde kwamen. Op de agenda stonden achtereenvolgens het vragenkwartier waarin drie onderwerpen werden besproken, namelijk de overlast aan de Charloisse Lagendijk en omgeving, de plannen voor een asielzoekerscentrum in het Zuidelijk Randpark en de toewijzing van woningen in de Zeeheldenbuurt. Daarna volgden de inhoudelijke dossiers over het Erfgoedbeleid Barendrecht, de Jaarstukken 2024, de Voorjaarsnota 2026, de motie over een ontmoetingsruimte in de Kruidentuin 10, de motie over de versterking van gemeentelijke autonomie bij medebewindstaken en de motie ‘Haagse Breuk, Haagse Kosten’.
Erfgoedbeleid Barendrecht
Het raadsvoorstel over het erfgoedbeleid had tot doel het nieuwe beleidsdocument Erfgoedbeleid Barendrecht. Beleven, Benutten en Behouden vast te stellen als visievormend kader voor de omgang met erfgoed in de gemeente. Dit beleid vervangt het versnipperde beleid uit eerdere jaren, dat na een evaluatie over de periode 2016–2023 niet meer actueel en samenhangend werd bevonden. In het nieuwe beleid staan drie centrale pijlers centraal: het beleven van erfgoed, waarbij de gemeente inzet op het vergroten van waardering, zichtbaarheid en educatie; het benutten van erfgoed, onder andere door herbestemming, verduurzaming en het verbinden van erfgoed aan sociale en maatschappelijke opgaven; en het behouden van erfgoed, met aandacht voor zorgvuldig beheer en borging in de Omgevingswet.
Daarnaast omvatte het voorstel een uitvoeringsprogramma tot en met 2028, met een reservering van middelen voor communicatie, participatie, educatie en onderzoek naar cultuurhistorisch waardevolle objecten. Om meer duidelijkheid te bieden over de reikwijdte van het beleid diende het CDA, mede namens de VVD, een amendement in om de looptijd formeel vast te leggen tot 2035. Deze langere termijn is bedoeld om consistentie en voorspelbaarheid te bieden voor eigenaren en betrokkenen, zonder dat dit nieuwe financiële verplichtingen met zich meebrengt buiten de budgetten die al in het voorstel zijn opgenomen.
De PvdA-fractie had dit dossier in de commissiebehandeling al als hamerstuk betiteld, omdat het beleid inhoudelijk zorgvuldig was voorbereid, breed was besproken met erfgoedorganisaties, inwoners en monumenteigenaren, en een duidelijke bijdrage levert aan het versterken van de identiteit en omgevingskwaliteit van Barendrecht. In de raadsvergadering heeft de fractie daarom ingestemd met zowel het raadsvoorstel als het amendement dat de looptijd verlengt.
Jaarstukken 2024
Het raadsvoorstel over de Jaarstukken 2024 voorzag in de vaststelling van de financiële en beleidsmatige verantwoording over het afgelopen jaar. In de stukken werd een positief resultaat gepresenteerd van €2.314.406, dat volgens het voorstel aan de algemene reserve zou worden toegevoegd. Daarnaast werden diverse begrotingsafwijkingen geautoriseerd, restantkredieten doorgeschoven naar 2025 en budgetoverhevelingen toegestaan. Het college gaf aan dat Barendrecht financieel meer grip op de uitvoering heeft gekregen, onder andere door verbeterd risicomanagement en een betere aansluiting tussen begroting en realisatie. Toch waren in het resultaat vooral incidentele meevallers zichtbaar, zoals hogere rijksuitkeringen, lagere lasten door niet-uitgevoerde plannen en incidentele opbrengsten uit grondverkoop.
De PvdA-fractie heeft zich in de behandeling van dit dossier kritisch uitgelaten over de financiële keuzes die aan de basis lagen van de begroting 2024. Fractievoorzitter Tina Jakoeb stelde dat de jaarstukken uiteindelijk slechts een uitwerking zijn van de begroting, waarin de PvdA zich al niet kon vinden omdat daarin te weinig structurele oplossingen waren opgenomen om het oplopende tekort op te vangen en de kwetsbare financiële positie van de gemeente te herstellen. De fractie ziet het als onverantwoord dat belangrijke keuzes over lasten, reserves en toekomstige investeringen vooruit worden geschoven, terwijl duidelijk is dat incidentele meevallers niet elk jaar herhaald zullen worden. Om die reden heeft de PvdA tegen de vaststelling van de jaarrekening gestemd.
Voorjaarsnota 2026
De Voorjaarsnota 2026 leidde eveneens tot een stevig inhoudelijk debat. Het raadsvoorstel stelde de uitgangspunten vast voor de programmabegroting 2026 en de meerjarenraming tot en met 2029. In de nota werd een actueel financieel beeld geschetst waarin voor de komende jaren aanzienlijke tekorten zichtbaar waren, met een piek in 2026 – het zogenoemde ravijnjaar – waarin een tekort van ruim vijf miljoen euro dreigde. Hoewel in de jaren daarna een lichte verbetering werd voorzien, bleef het meerjarenbeeld onzeker en kwetsbaar. Het college presenteerde daarom een overzicht van beïnvloedbare posten waarmee bezuinigingen of lastenverzwaringen mogelijk zouden zijn, maar koos er in deze fase voor nog geen concrete keuzes voor te leggen.
De PvdA heeft zorgen geuit over het meerjarige perspectief, waarin forse tekorten zichtbaar blijven zonder dat er voldoende structurele oplossingen worden uitgewerkt om deze op te lossen. Ook stelde de fractie vragen over de inzet van middelen uit de algemene reserve en de mate waarin het college voldoet aan landelijke richtlijnen voor financieel beleid en toezicht. Om de financiële kaders te versterken en meer duidelijkheid te krijgen over de voorwaarden voor een gezonde reservepositie, heeft de PvdA twee amendementen van de VVD en D66 ondersteund. Het eerste amendement stelde als kader dat de uitname uit de algemene reserve wordt beperkt tot maximaal 10% van het surplus, zoals bepaald in de landelijke notitie incidenteel/structureel. Hiermee wordt voorkomen dat reserves structureel worden aangesproken zonder onderbouwing. Het tweede amendement legde vast dat de begroting 2026 moet uitgaan van een weerstandsratio van minimaal 1, maar bij voorkeur 1,4, met een zekerheidspercentage van 90%. Deze afspraken zorgen ervoor dat risico’s op een transparante manier worden afgedekt en de gemeente voldoet aan toezichtsnormen.
Nadat de wethouder de toezegging deed om de begroting vanaf 2026 structureel sluitend te maken en in de daaropvolgende jaren geen lastenverzwaring voor inwoners op te nemen, heeft de PvdA-fractie uiteindelijk ingestemd met de Voorjaarsnota.
Motie Ontmoetingsruimte Kruidentuin 10
De motie Ontmoetingsruimte Kruidentuin 10 werd door de PvdA samen met de fractie van EVB ingediend. De fractie van SGP/CU was mede indiener. Met de motie werd het college verzocht om een pilot van een half jaar op te zetten waarin de Kruidentuin in de wijk wordt benut als laagdrempelige ontmoetingsruimte. In deze ruimte kunnen bewoners elkaar op vrijwillige en toegankelijke wijze ontmoeten. Het college werd daarnaast gevraagd om samen met de betrokken vrijwilligers de pilot verder vorm te geven, andere partijen te enthousiasmeren en te onderzoeken hoe de bestaande plannen van vrijwilligers kunnen worden meegenomen. De motie vroeg ook om tussentijds te rapporteren over de voortgang en na afloop een advies uit te brengen over een mogelijke voortzetting.
De PvdA vond het belangrijk om deze motie in te dienen omdat in gesprekken met bewoners en maatschappelijke organisaties duidelijk werd dat er behoefte is aan meer plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten zonder drempels van contributie, ingewikkelde regels of hoge kosten. De fractie ziet een brede ontmoetingsruimte als een kans om mensen met elkaar in contact te brengen, eenzaamheid en armoede tegen te gaan en de integratie van nieuwkomers te ondersteunen, juist in een wijk waar veel verschillende groepen wonen. Bovendien draagt het initiatief bij aan een sociaal vangnet dichtbij huis, waarin inwoners elkaar versterken. De motie werd uiteindelijk unaniem aangenomen.
MotieVersterking gemeentelijke autonomie bij medebewindstaken
De motie Versterking gemeentelijke autonomie bij medebewindstaken vroeg het college om in interbestuurlijke overleggen actiever te pleiten voor een duidelijke afbakening van rijks- en gemeentetaken, structurele financiering en betere informatievoorziening bij medebewindstaken. Ook werd verzocht om nieuwe rijksmaatregelen consequent te toetsen op uitvoerbaarheid en financiële toereikendheid en hierover jaarlijks te rapporteren aan de raad. De PvdA heeft deze motie niet gesteund. Hoewel de fractie het signaal richting het Rijk in de kern onderschrijft, werd geoordeeld dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten al intensief lobby voert om gemeenten beter financieel te ondersteunen en om de balans tussen taken en middelen op de agenda te houden. De PvdA vond het daarom niet nodig om deze oproep lokaal nog eens apart vast te leggen, omdat dit naar verwachting weinig toevoegt aan de bestaande gezamenlijke inzet en de kracht van het brede VNG-geluid.
Motie ‘Haagse Breuk, Haagse Kosten’
Tot slot werd de motie Haagse Breuk, Haagse Kosten behandeld. Deze motie verzocht het college om de volledige kosten van de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen in oktober 2025 in kaart te brengen, deze kosten actief te declareren bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en de raad uiterlijk in het vierde kwartaal van 2025 te informeren over de voortgang. De PvdA had aanvankelijk twijfels over de toegevoegde waarde van de motie, omdat gemeenten in principe al een bijdrage ontvangen om verkiezingen te organiseren. Uiteindelijk heeft de fractie de motie toch gesteund, nadat de wethouder had toegelicht dat het belangrijk is om een duidelijk signaal af te geven richting het Rijk en de motie te gebruiken in het geval dat de beschikbare middelen niet toereikend blijken.