Prinsessendag 2025
“Gelijke kansen voor vrouwen in politiek en samenleving zijn nog steeds geen vanzelfsprekendheid.” Met die boodschap werd de vijftiende editie van Prinsessendag geopend door de voorzitter van de Nederlandse Vrouwenraad. Zij zette meteen de toon door te wijzen op de harde cijfers uit het recente Global Gender Gap Report. De genderkloof is in 2025 marginaal kleiner geworden, maar in dit tempo duurt het tot het jaar 2148 voordat volledige gelijkheid bereikt is. Terwijl Scandinavische landen en ook het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Ierland in de top-10 van de index staan, zakte Nederland juist vijftien plaatsen naar plek 43. En dat terwijl Nederlandse vrouwen gemiddeld hoger opgeleid zijn dan mannen. De arbeidsdeelname van vrouwen is weliswaar gestegen naar 41,2 procent, maar zij zijn nog altijd oververtegenwoordigd in laagbetaalde en mensgerichte sectoren. Slechts 28,8 procent bekleedt een hogere leiderschapsfunctie en vrouwen hebben 55,2 procent vaker een onderbroken loopbaan dan mannen.
Deze cijfers maken volgens de Vrouwenraad pijnlijk duidelijk dat ongelijkheid niet vanzelf verdwijnt. Het “drop to the top”-fenomeen – de onzichtbare barrières die vrouwen tegenhouden om door te stromen naar de hoogste posities – is nog altijd springlevend. Daarbij komt dat framing in de media vrouwen systematisch verkleint: vrouwelijke politici worden nog te vaak beoordeeld op uiterlijk en emotie, terwijl mannen op daadkracht en inhoud worden afgerekend. Met de Alliantie Politica zet de Vrouwenraad daarom in op trainingen en mediavaardigheden die vrouwen sterker en zichtbaarder maken.
Daarna liet Janneke van Heugten zien hoe framing in de media in de praktijk werkt. Haar onderzoek maakt duidelijk dat slechts negentien procent van de politici in talkshows vrouw is en dat experts wereldwijd nog altijd vooral als witte mannen worden gezien. Dat was voor haar de aanleiding om Vaker in de Media op te richten, een platform met inmiddels meer dan zesduizend experts – waarvan negentig procent vrouw – dat diversiteit en zichtbaarheid wil vergroten. In haar boek Vaker in de Media (2024) interviewde zij vijftig rolmodellen en gaf zij concrete tips om framing te doorbreken. Zij benadrukte dat zichtbaarheid geen ijdelheid is, maar een wezenlijk onderdeel van politieke invloed. Politici en experts moeten zelf actief contact zoeken met media, hun kernonderwerpen kiezen, zich goed voorbereiden op interviews en framing leren herkennen én terugbuigen naar de inhoud. Daarnaast wees zij op het belang van steunnetwerken: vrouwen die elkaar voordragen, beschermen en versterken, zodat invloed wordt gedeeld en de norm stap voor stap verandert.
Halima Ozen bracht vervolgens een persoonlijke en indringende bijdrage. Opgroeiend in een Marokkaans gastarbeidersgezin in Tilburg en zich losmakend van traditionele verwachtingen, verbond zij haar eigen ervaringen met bredere patronen van uitsluiting. Zij toonde hoe vrouwen keer op keer gereduceerd worden tot uiterlijk, emotie of privéleven, terwijl mannen op prestaties worden beoordeeld. Voorbeelden als Sigrid Kaag die weggezet werd als “heks”, Sylvana Simons die te horen kreeg dat zij “nederig” moest zijn en Jacinda Ardern die vooral vragen kreeg over haar vrouw-zijn, maakten de hardnekkigheid van dit patroon zichtbaar. Ozen liet zien dat taal een machtig instrument is: woorden als “bedrijfje”, “oude vrijster” of “tuttig” verkleinen vrouwen, terwijl mannen meestal neutrale of positieve labels krijgen. Tegelijkertijd benadrukte zij dat solidariteit en steun onder vrouwen onmisbaar zijn om die patronen te doorbreken. Haar afsluitende boodschap was krachtig: ondanks labels, frames en verkleinende taal bepaalt zij – en iedere vrouw – zelf haar plek en stem.
Het panelgesprek verdiepte de thema’s verder en liet zien hoe breed framing en ongelijkheid doorwerken. De hoofdredacteur van Trouw liet zien hoe vrouwen in de journalistiek decennialang afwezig waren en hoe vrouwelijke leidinggevenden structureel met seksistische framing te maken kregen. Zelfs op topniveau blijft subtiele ongelijkheid doorwerken, bijvoorbeeld doordat benoemingen vaak alleen in duo’s mogelijk zijn. In necrologieën worden vrouwen nog steeds vaak beschreven in termen van uiterlijk of hun rol als actrice, terwijl mannen herinnerd worden als leiders of deskundigen.
Devika Partiman legde uit hoe Stem op een Vrouw ontstond, geïnspireerd door de verkiezing van Trump en Surinaamse campagnes die lieten zien hoe belangrijk gerichte actie voor representatie kan zijn. Haar verhaal maakte duidelijk dat de weerstand tegen quota en tegen het idee van gelijkwaardige vertegenwoordiging hardnekkig blijft bestaan, zelfs binnen partijen die zichzelf progressief noemen.
Irina Tziamali bracht haar ervaringen uit de wereld van defensie in en liet zien hoe impliciete mannelijke normwaarden – zoals assertiviteit en daadkracht – formeel neutraal lijken, maar in de praktijk vooral mannen bevoordelen. Zulke cultuurpatronen zijn diep verankerd en veranderen traag. Kleine stappen zijn noodzakelijk en waardevol, maar er is een lange adem nodig om werkelijke gelijkheid te bereiken.
Ook de stem van mannen kreeg een plek. Een vertegenwoordiger van Emancipator wees erop dat patriarchale normen ook voor mannen schadelijk zijn. Het opgelegde keurslijf van stoerheid, emotieloosheid en groepsdruk leidt tot uitsluiting, geweld en de giftige online haatcultuur. Mannen moeten zich expliciet uitspreken, niet alleen om vrouwen te steunen maar ook om hun eigen bevrijding uit beperkende rolpatronen mogelijk te maken.
Het internationale perspectief liet zien dat Nederland bepaald geen gidsland meer is. Terwijl Zweden gelijkheid steeds meer als vanzelfsprekend beschouwt en Spanje met wetgeving rond toestemming duidelijke stappen zet, zakt Nederland juist op de Gender Gap Index. De Alliantie Politica verbindt Nederlandse politiek en internationale ervaringen en laat zien dat verandering wél mogelijk is – mits er de wil is om wetgeving, beleid en cultuur daadwerkelijk te vernieuwen.
De rode draad van deze Prinsessendag was dat gelijkheid niet uit de lucht komt vallen. Het vraagt om bewustzijn, actie en samenwerking, om zichtbaarheid en steunnetwerken, om politieke keuzes én maatschappelijke cultuurverandering. Meer vrouwen in de politiek en in leidinggevende functies is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, maar ook van economische groei, sociale balans en een samenleving die de talenten van iedereen benut. De kracht van Prinsessendag zat in de combinatie van persoonlijke verhalen, scherpe analyses en de gezamenlijke oproep om ongelijkheid niet langer te accepteren maar te doorbreken.



