Omdat jij het waard bent. Ja, jij.
Stel je voor: je doet precies hetzelfde werk als je collega, met evenveel inzet, talent en verantwoordelijkheden. En toch krijg jij aan het eind van de maand minder betaald. Het klinkt onvoorstelbaar, maar het gebeurt nog steeds — ook in Nederland, ook in 2025. Voor veel vrouwen is dat de realiteit. En als je óók nog een migratieachtergrond hebt, dan is die ongelijkheid vaak nog voelbaarder.
Ik weet dat, omdat ik het zelf heb meegemaakt.
Ik kwam op latere leeftijd vanuit Suriname naar Nederland. Mijn route liep niet recht omhoog. Ik begon op het vmbo, volgde opleidingen stap voor stap, en pas later stapte ik de arbeidsmarkt op. Geen vlotte starterscarrière, geen indrukwekkend cv op jonge leeftijd — maar wel vastberadenheid, doorzettingsvermogen en groei, elke dag opnieuw. Toch merkte ik telkens hoe lastig het was om bij sollicitaties of evaluaties mijn waarde over te brengen. Er werd vaak verwezen naar ‘te weinig ervaring’, ook al deed ik hetzelfde werk als anderen. En onderhandelen over salaris? Dat voelde alsof ik dankbaar moest zijn voor elke kans — en beter m’n mond kon houden.
Het boek Omdat ik het verdien van Julia Wouters gaf me woorden voor iets wat ik allang voelde. Het legde uit hoe diepgeworteld die loonkloof is, maar vooral: hoe je daar zélf iets aan kunt doen. Niet alleen door te vechten voor verandering in de politiek, maar ook in je eigen gesprekken, keuzes en zelfbeeld. En juist dat laatste sprak me aan — omdat het zo herkenbaar is.
Als vrouw leer je al jong om je aan te passen, om bescheiden te zijn, om jezelf niet op de voorgrond te zetten. We maken lijstjes van wat we nog niet goed kunnen, terwijl we vergeten te benoemen waar we al in uitblinken. We noemen onze successen toeval of geluk, in plaats van het resultaat van hard werken en doorzetten. Ik betrapte mezelf daar ook op.
Het boek moedigt je aan om dat actief te doen. Om te benoemen wat je hebt bereikt, met cijfers en voorbeelden. Om aan collega’s te vragen wat zij verdienen. Om het taboe op geld open te breken, juist omdat stilte altijd in het voordeel werkt van de ander. En om je goed voor te bereiden op salarisonderhandelingen: wat wil je, wat heb je nodig, wat ben je waard?
Wat mij hoop geeft, is dat er ook op politiek niveau stappen worden gezet — en dat juist de PvdA daarin een voortrekkersrol speelt.
Zowel in de Tweede Kamer als in het Europees Parlement is de afgelopen jaren gewerkt aan wetgeving die organisaties verplicht om aan te tonen dat zij hun werknemers gelijk belonen. In Nederland diende Lilianne Ploumen (PvdA) in 2020 samen met collega’s Özütok (GroenLinks), Van Dijk (SP) en Van Brenk (50Plus) een wetsvoorstel in dat werkgevers verplicht transparant te zijn over loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Het voorstel werd in de Tweede Kamer aangenomen en ligt nu bij de Eerste Kamer. Op 23 mei 2024 hebben Kamerleden Mutluer (GroenLinks-PvdA) en Van Kent (SP) de verdediging overgenomen. Hun boodschap is helder: het kan niet langer oogluikend worden toegestaan dat vrouwen structureel minder verdienen dan mannen.
Ook in het Europees Parlement is het initiatief genomen om de loonkloof in Europa aan te pakken. Vanuit de Europese Commissie zette Frans Timmermans dit thema stevig op de agenda, en vanuit het Europees Parlement namen Agnes Jongerius en Vera Tax (beiden PvdA) het initiatief voor de Wet Loontransparantie. Dankzij hun inzet is deze wet inmiddels aangenomen.
De Wet Loontransparantie verplicht werkgevers om informatie openbaar te maken over wat hun werknemers verdienen. Als blijkt dat er sprake is van een loonkloof van meer dan 5%, zijn werkgevers verplicht om maatregelen te nemen om dat verschil te dichten. Doen ze dat niet, dan kunnen er boetes worden opgelegd.
Een belangrijk en vernieuwend onderdeel van de wet is dat de bewijslast verschuift naar de werkgever. Dat betekent dat niet langer de werknemer hoeft aan te tonen dat er sprake is van ongelijkheid, maar dat de werkgever moet kunnen bewijzen dat er géén sprake is van een loonkloof of ongelijk loon voor gelijk werk. Dat is een fundamentele omslag: eindelijk ligt de verantwoordelijkheid daar waar die hoort.
Daarnaast mogen werkgevers voortaan niet meer vragen naar het vorige salaris van iemand die zij in dienst willen nemen. Want ongelijke beloning begint vaak al bij de start van iemands carrière — en die ongelijkheid werkt vervolgens jaren door. Door dit verbod krijgt iedereen een eerlijkere kans om met een gelijk loon te beginnen.
De lidstaten van de Europese Unie hebben tot medio 2027 de tijd om deze wet te implementeren, maar dat kan — en zou — natuurlijk sneller. Elke dag dat we wachten, is een dag waarop vrouwen nog steeds minder verdienen voor hetzelfde werk.
Maar verandering begint niet alleen in Den Haag of Brussel.
Ze begint ook bij jezelf.
Als je nu of binnenkort de arbeidsmarkt opgaat — of je nou starter bent, net afgestudeerd, of aan een stage begint — laat dan niemand je wijs maken dat je te bescheiden moet zijn. Of dat je eerst ‘moet bewijzen’ dat je iets waard bent. Jij mag met opgeheven hoofd binnenkomen. Jij mag zeggen wat je nodig hebt. Jij mag ruimte innemen.
En als je daaraan twijfelt, weet dan: je staat niet alleen.
Ik weet hoe het voelt. En ik weet ook hoe belangrijk het is om elkaar te steunen. Want we verdienen het — allemaal.
Omdat je werkt.
Omdat je leert.
Omdat je groeit.
Omdat je je plek opeist.
Omdat je ertoe doet.
En omdat jij het verdíent.
