Mulock Houwer-lezing 2025

 “We maken een ecologische fout.


Met die zin zette adjunct-hoogleraar orthopedagogiek Laura Batstra direct de toon tijdens de veertiende Mulock Houwer-lezing in het Kinderrechtenhuis in Leiden. Een fout die verder gaat dan statistiek of wetenschap, maar diep ingrijpt in hoe wij als samenleving naar kinderen kijken. Batstra legde uit hoe kleine verschillen die in groepen worden gevonden – zoals minimale variaties in hersenonderzoek, concentratie of gedrag – worden opgeblazen tot individuele waarheden. Alsof ieder druk kind een neurologische stoornis heeft. Alsof ieder kind met verdriet automatisch een depressie heeft. Alsof een label een verklaring is, terwijl het in werkelijkheid slechts een naam is voor gedrag dat we nog niet begrijpen. Die ecologische fout is volgens haar de motor achter een cultuur waarin kinderen steeds sneller worden gelabeld, vaak zonder dat hun omgeving, hun geschiedenis of hun leefwereld in beeld komt.

In de lezing maakte Batstra zichtbaar hoe we in ruim veertig jaar tijd in een samenleving zijn beland waarin verschillen tussen kinderen steeds minder als normaal worden gezien. De historische lijn die zij schetste begon bij de tuchthuizen waar kinderen ooit werden opgesloten wanneer zij zich niet “aanpasten”. Pedagogen als Mulock Houwer verzetten zich toen al tegen deze ontmenselijkende blik. Toch zijn we later, met de komst van de DSM-3 in 1980, opnieuw in een systeem beland dat kinderen vooral classificeert. De DSM bood een schijn van medische objectiviteit, met strakke checklists en definities. Maar die taal heeft een werkelijkheid gecreëerd die steviger klinkt dan het bewijs toelaat. Na 45 jaar hersenonderzoek is voor geen enkele stoornis een vast biologisch kenmerk gevonden – toch spreekt het publieke discours alsof die wel bestaan. Het gevolg is een samenleving die steeds vaker de oorzaak bij het kind legt, terwijl context, relaties en omstandigheden naar de achtergrond verdwijnen.

Batstra liet zien hoe labels in de praktijk vaak worden gezien als verklaringen. “Ik ben druk omdat ik ADHD heb” lijkt logisch, maar is in feite een cirkelredenering: we noemen gedrag ADHD, maar we weten nog steeds niets over de oorzaken. De herkomst van gedrag wordt hierdoor versimpeld tot individuele eigenschappen, terwijl factoren als armoede, prestatiedruk, verlieservaringen of een schoolsysteem dat niet aansluit veel vaker bepalend zijn. Zij benadrukte hoe misleidend het is dat groepsverschillen worden gepresenteerd als individuele feiten. Het is alsof we op basis van het gemiddelde verschil tussen mensen met blauwe en bruine ogen conclusies zouden trekken over één kind in de klas, en dan zouden volhouden dat die conclusie een medische werkelijkheid is.

Wat deze lezing zo confronterend maakte, is dat Batstra niet alleen het conceptuele probleem blootlegde, maar ook de praktische gevolgen. Ondanks de groei aan diagnoses, behandelingen en medicatie is er geen daling te zien in psychische problemen onder kinderen. Integendeel: de problemen lijken toe te nemen, wachttijden blijven oplopen en juist de kinderen met de meest complexe problematiek komen het slechtst in beeld. De paradox is dat méér behandelen niet leidt tot méér welzijn. Het leidt soms zelfs tot extra risico’s: een beschadigd zelfbeeld, lagere verwachtingen van scholen, stigma, en een nauwer pad voor kinderen die nog volop in ontwikkeling zijn. De verhalen van jongeren zoals Merijn en Igor maakten dat scherp voelbaar. Zij vertelden hoe een diagnose soms verlichting gaf, omdat er eindelijk erkenning was, maar ook hoe het leidde tot schaamte, tot het gevoel in een hokje te worden geduwd, en tot beslissingen die meer te maken hadden met systemen dan met hun eigen groei. Hun latere reflectie liet zien dat veel van hun worstelingen terug te voeren waren op context en omstandigheden – niet op een aangeboren defect.

Het meest indringend vond ik, als raadslid en als voorvechter van kinderrechten, hoe helder Batstra aantoonde dat het niet het gebrek aan kennis is dat verandering tegenhoudt. Het zijn systemen, financieringsstromen, opleidingen, media en zelfs sociale platforms die allemaal dezelfde medicaliserende taal herhalen. Ouders krijgen overal te horen dat vroeg diagnosticeren essentieel is. Jongeren leren op TikTok dat elk verdriet een stoornis kan zijn. Studieboeken presenteren stoornissen nog steeds als aandoeningen met duidelijke hersenoorzaken, terwijl die wetenschappelijk niet zijn aangetoond. In dit landschap is het voor gemeenten bijna onmogelijk om “normaliseren” uit te leggen zonder dat het wordt ervaren als wegkijken of bezuinigen. Terwijl Batstra juist duidelijk maakte dat normaliseren niets te maken heeft met besparen, maar met recht doen aan hoe kinderen werkelijk opgroeien.

Haar alternatief was geen klein pleidooi, maar een fundamenteel ander perspectief. Niet beginnen met DSM-diagnostiek, maar met wat zij step-diagnoses noemt: eerst normaliseren waar het kan, uitleg geven, context in kaart brengen, en pas daarna besluiten of een label noodzakelijk is. Niet het kind corrigeren, maar de omgeving begrijpen. Niet automatisch zoeken naar afwijkingen, maar ruimte maken voor diversiteit. Batstra ging verder door te stellen dat als we werkelijk willen begrijpen waarom kinderen vastlopen, we een nieuw handboek nodig hebben – één dat maatschappelijke omstandigheden centraal zet, van armoede en prestatiedruk tot onderwijssystemen en sociale uitsluiting. Orthopedagogen zouden daarin een grotere rol moeten krijgen, als professionals die kijken naar relaties, draagkracht en context, in plaats van naar stoorniscategorieën.

Voor mij was duidelijk dat gemeenten niet aan de zijlijn staan. Als lokale overheid hebben wij de verantwoordelijkheid om beleid te maken dat niet nog meer stoornisdenken produceert, maar gezinnen ondersteunt. Dat vraagt om eerlijke informatie aan ouders, om scholen die verschillen durven dragen, om jeugdhulp die niet wordt afgerekend op aantallen diagnoses, maar op de kwaliteit van relaties met kinderen. We moeten durven erkennen dat veel van wat wij “individuele problemen” noemen eigenlijk maatschappelijke problemen zijn die kinderen dragen zonder dat ze daar woorden voor hebben.

Verandering is misschien niet eenvoudig, maar wel onontkoombaar. Want zolang we vasthouden aan de ecologische fout en kinderen blijven terugbrengen tot labels die meer verhullen dan verklaren, houden we hun echte verhaal buiten de deur. Pas wanneer we stoppen met diagnoses als startpunt en opnieuw leren kijken naar het kind in relatie tot zijn wereld, ontstaat er ruimte voor wie een kind werkelijk is. Dáár begint een samenleving die verschillen niet wegduwt, maar omarmt — die kinderen niet in een categorie duwt, maar ziet in hun volle menselijkheid: uniek, gelaagd, en onmogelijk te vangen in één woord uit een handboek.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *