Kinderen op de vlucht hebben meer nodig dan opvang alleen

Hoe zorg je ervoor dat kinderen die gevlucht zijn niet alleen worden opgevangen, maar ook de kans krijgen om veilig op te groeien, onderwijs te volgen, vriendjes te maken en zich te ontwikkelen zoals ieder ander kind? Die vraag stond centraal tijdens een bijeenkomst van Child Friendly Cities Nederland en UNICEF Nederland over kinderrechten en de opvang van kinderen op de vlucht.

Tijdens de bijeenkomst werd duidelijk dat opvang veel verder gaat dan het bieden van een bed en een dak boven het hoofd. Kinderen die hun land hebben moeten verlaten, dragen vaak onzekerheid, ingrijpende ervaringen en soms traumatische gebeurtenissen met zich mee. Juist daarom zijn stabiliteit, veiligheid, onderwijs, speelruimte, sociale contacten en perspectief van groot belang. Gemeenten spelen daarin een belangrijke rol. Zij vormen immers de directe leefomgeving van kinderen en hebben daarmee invloed op de omstandigheden waarin kinderen dagelijks opgroeien.

De bijeenkomst begon met een toelichting op het VN-Kinderrechtenverdrag. Daarbij werd benadrukt dat alle kinderrechten gelden voor alle kinderen, ongeacht afkomst, geloof, beperking of verblijfsstatus. Ook kinderen die zonder verblijfsvergunning in Nederland verblijven behouden recht op onderwijs, zorg en bescherming. Daarnaast moet bij iedere beslissing die kinderen raakt het belang van het kind een eerste overweging zijn. Dat betekent dat gemeenten, opvangorganisaties en andere betrokken partijen zich voortdurend moeten afvragen welke gevolgen beleid en keuzes hebben voor het welzijn van kinderen.

Ook het recht op een veilige en gezonde ontwikkeling kreeg veel aandacht. Kinderen op de vlucht hebben recht op een omgeving waarin zij zich fysiek, mentaal en sociaal kunnen ontwikkelen. Daarbij gaat het niet alleen om onderdak, maar ook om voldoende speelruimte, toegang tot gezondheidszorg, mentale ondersteuning en mogelijkheden om zich te ontplooien. Verder werd stilgestaan bij het recht van kinderen om gehoord te worden. Kinderen mogen meedenken over zaken die hen raken en moeten serieus worden betrokken bij beslissingen over hun leefomgeving.

Daarnaast kwamen andere belangrijke kinderrechten aan bod, zoals het recht om als gezin zoveel mogelijk bij elkaar te blijven, het recht op privacy, bescherming tegen geweld en verwaarlozing, toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, vrije tijd en spel. Ook werd aandacht besteed aan alleenstaande minderjarige vluchtelingen, die volgens het Kinderrechtenverdrag recht hebben op extra bescherming en begeleiding vanwege hun kwetsbare positie.

Na deze introductie schetste UNICEF een indringend beeld van de huidige situatie in Nederland. Op dit moment verblijven ongeveer 20.000 kinderen in de opvang. Volgens UNICEF is een opvanglocatie, hoe goed ook georganiseerd, in beginsel geen plek waar kinderen langdurig zouden moeten opgroeien. De zorgen zijn vooral groot over de noodopvang. Meer dan 7.000 kinderen verblijven momenteel op dergelijke tijdelijke locaties. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft hierover meerdere keren aan de bel getrokken en waarschuwt voor ernstige risico’s voor de ontwikkeling van kinderen.

Volgens UNICEF ontstaat die kwetsbare situatie door een combinatie van factoren. Kinderen worden regelmatig overgeplaatst van de ene opvanglocatie naar de andere, waardoor zij telkens opnieuw hun vertrouwde omgeving verliezen. Vriendschappen worden onderbroken, schooltrajecten raken verstoord en kinderen moeten steeds opnieuw wennen aan nieuwe mensen en nieuwe omstandigheden. Daarbij ontbreekt op veel locaties voldoende privacy. Sommige opvanglocaties bestaan uit grote gedeelde ruimtes waar kinderen nauwelijks een eigen plek hebben om zich terug te trekken, huiswerk te maken of simpelweg tot rust te komen.

Ook op het gebied van onderwijs en zorg bestaan knelpunten. Hoewel kinderen recht hebben op onderwijs, lukt het niet altijd om hen snel een passende schoolplek te bieden. Regelmatige verhuizingen maken dit nog ingewikkelder. Daarnaast is gespecialiseerde zorg, zoals jeugdzorg en mentale ondersteuning, niet altijd direct beschikbaar, terwijl veel kinderen juist behoefte hebben aan extra begeleiding vanwege de onzekerheid, stress en soms traumatische ervaringen die zij hebben meegemaakt.

UNICEF benadrukte dat gemeenten meer invloed hebben dan vaak wordt gedacht. Goede opvang begint niet pas wanneer een locatie haar deuren opent, maar al bij de voorbereiding en inrichting ervan. Gemeenten kunnen volgens UNICEF veel betekenen door vanaf het begin bewust vanuit kinderrechten te werken.

Dat betekent onder meer aandacht voor een coördinator kinderactiviteiten en een vast aanspreekpunt voor kinderwelzijn. Ook werd gewezen op het belang van duidelijke afspraken rondom kindveiligheid en het voorkomen van kindermishandeling. Praktische voorzieningen spelen eveneens een belangrijke rol. Denk aan veilige sanitaire voorzieningen, studieruimtes waar kinderen huiswerk kunnen maken en rustige plekken waar kinderen zich kunnen terugtrekken wanneer de drukte van een opvanglocatie te veel wordt.

Minstens zo belangrijk is het betrekken van kinderen zelf. Door kinderen mee te laten denken over activiteiten, voorzieningen en hun leefomgeving ontstaat niet alleen beter beleid, maar voelen kinderen zich ook serieus genomen. Verder werd gewezen op de meerwaarde van samenwerking met scholen, sportverenigingen, welzijnsorganisaties en vrijwilligersinitiatieven. Juist die verbinding met de samenleving draagt bij aan een omgeving waarin kinderen niet alleen worden opgevangen, maar ook daadwerkelijk kunnen deelnemen aan het dagelijks leven.

Waar UNICEF de landelijke uitdagingen schetste, liet Stichting Thuis in Oss zien hoe deze uitgangspunten in de praktijk vorm kunnen krijgen. Wat begon als een burgerinitiatief tijdens de vluchtelingencrisis van 2016 is inmiddels uitgegroeid tot een opvangorganisatie met twee locaties voor ongeveer 540 bewoners, ondersteund door ruim 200 vrijwilligers. De organisatie vangt zowel Oekraïense vluchtelingen als asielzoekers uit andere landen op en kiest bewust voor een gemengde vorm van opvang.

Opvallend aan de aanpak in Oss is dat bewoners niet alleen deelnemen aan activiteiten, maar daadwerkelijk invloed hebben op het dagelijks functioneren van de opvang. Via een bewonersraad, waarin tientallen nationaliteiten vertegenwoordigd zijn, denken bewoners mee over huisregels, veiligheidsvraagstukken en de inrichting van het leven op de locatie. Bewoners worden zelfs betrokken bij personeelsvraagstukken en denken mee over de wijze waarop kamercontroles worden uitgevoerd. Rond specifieke thema’s, zoals de veiligheid van kinderen, worden aparte focusgroepen ingericht waarin bewoners actief bijdragen aan oplossingen en verbeteringen.

Ook jongeren krijgen een eigen stem. Via een jongerenraad bepalen zij mede welke activiteiten worden georganiseerd en welke voorzieningen belangrijk zijn. Jongeren beschikken daarnaast over een eigen ruimte waarvoor zij zelf verantwoordelijkheid dragen. Zij beheren deze ruimte, stellen samen regels op en spreken elkaar aan wanneer afspraken niet worden nagekomen. Daarmee wordt participatie niet alleen besproken, maar daadwerkelijk toegepast.

De betrokkenheid van bewoners beperkt zich niet tot het gebouw zelf. Bij de ontwikkeling van de nieuwe opvanglocatie hebben bewoners, kinderen en buurtbewoners meegedacht over de inrichting van het terrein. Samen werd gekeken naar speelvoorzieningen, sportfaciliteiten, ontmoetingsplekken, verkeersveiligheid en de inrichting van de buitenruimte. Hierdoor ontstond een omgeving die niet vóór bewoners, maar mét bewoners is ontworpen.

Daarnaast investeert Thuis in Oss sterk in activiteiten voor kinderen en gezinnen. Er zijn speciale kinder- en jongerenruimtes, een uitgebreid activiteitenprogramma, samenwerkingen met scholen, kinderopvangorganisaties, sportverenigingen en maatschappelijke organisaties. Ook is er aandacht voor de relatie tussen ouders en kinderen, zodat gezinnen ondanks alle onzekerheid samen kunnen blijven bouwen aan een stabiele opvoedsituatie.

Minstens zo bijzonder is de relatie met de buurt. Waar opvanglocaties soms als afgesloten werelden functioneren, koos Oss bewust voor verbinding. Buurtbewoners werden vanaf het begin betrokken bij de plannen en groeiden uit tot actieve partners. Zij hielpen bij de ontvangst van nieuwe bewoners, namen deel aan klankbordgroepen en zetten zich in als vrijwilliger. Ook de voorzieningen op het terrein worden niet uitsluitend door bewoners gebruikt. Kinderen uit de buurt maken gebruik van speelvoorzieningen en sportfaciliteiten, waardoor ontmoeting en contact vanzelfsprekend worden.

Misschien wel de meest indrukwekkende les uit Oss is de keuze om tussentijdse overplaatsingen zoveel mogelijk te voorkomen. Kinderen die op de locatie wonen, kunnen daardoor jarenlang naar dezelfde school gaan, lid worden van een sportvereniging, vriendschappen opbouwen en een gevoel van stabiliteit ontwikkelen. Juist die rust en continuïteit werden tijdens de bijeenkomst meerdere keren genoemd als één van de belangrijkste voorwaarden voor een gezonde ontwikkeling van kinderen op de vlucht.

Meer dan 20.000 kinderen verblijven momenteel in de opvang. Duizenden van hen wonen in noodopvanglocaties en groeien op in onzekerheid. Zij verhuizen regelmatig, missen soms onderwijs, hebben beperkte privacy en wachten op duidelijkheid over hun toekomst. Tegelijkertijd werd in Oss zichtbaar dat een andere aanpak mogelijk is: een aanpak waarin kinderen naar dezelfde school kunnen blijven gaan, lid worden van een sportvereniging, meepraten over hun leefomgeving en onderdeel worden van een gemeenschap.

Dat roept een fundamentele vraag op voor iedere gemeente. Wanneer we weten wat kinderen nodig hebben om veilig en gezond op te groeien, wat doen wij dan zelf om dat mogelijk te maken? Want uiteindelijk wordt de kwaliteit van opvang niet alleen bepaald door gebouwen en regels, maar vooral door de keuzes die we als samenleving maken voor de meest kwetsbare kinderen die aan onze zorg zijn toevertrouwd.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *