Eerste burgerinitiatief van deze raadsperiode: ouders luiden noodklok over gebrek aan rolstoelgeschikte woonruimte voor jongvolwassenen
Tijdens de vergadering van de commissie Samenleving is deze week het allereerste burgerinitiatief van deze raadsperiode besproken. Stichting Bela-Vivo, een initiatief van ouders van jongvolwassenen met een lichamelijke en licht verstandelijke beperking, deed daar een indringende oproep aan de politiek: zorg dat er in Barendrecht eindelijk een passende, volledig rolstoeltoegankelijke woonplek komt voor hun kinderen.
In hun bijdrage schetsten de ouders geen abstract probleem, maar het leven van heel gewone jongeren. Eén van hen werkt als administratief medewerker, staat klanten te woord en handelt pakketjes af, helpt in het leerrestaurant Smaak, tennist, verzorgt paarden, is gek op muziek en zingen en gaat graag uit om met vriendinnen te kletsen. Op papier lijkt haar leven niet anders dan dat van veel leeftijdsgenoten. Het grote verschil is dat zij, net als de andere jongeren waar Bela-Vivo voor opkomt, rolstoelgebonden is en een licht verstandelijke beperking heeft. Juist op het punt waar het gaat om zelfstandig wonen, blijkt dat Barendrecht haar en haar vrienden niets te bieden heeft.
De ouders vertelden hoe hun kinderen, ondanks hun duidelijke wens om semi-zelfstandig te wonen, noodgedwongen thuis blijven of terechtkomen in woonvormen die niet zijn aangepast aan rolstoelgebruik en meervoudige zorgvragen. Studio’s van nog geen dertig vierkante meter, gedeelde badkamers, te smalle deuren, een badkamer waar je met je rolstoel niet kunt draaien en keukens waar je niet onder het aanrecht kunt komen: voor een gezonde starter misschien nog te overzien, maar voor een rolstoelgebruiker zijn het dagelijkse blokkades. Het gaat niet om luxe, benadrukten de ouders, maar om basisvoorwaarden om je eigen leven vorm te kunnen geven zonder voor elke handeling afhankelijk te zijn van ouders of zorgverleners.
Bela-Vivo werkt al sinds 2021 aan een wooninitiatief met plek voor 24 jongvolwassenen, georganiseerd in kleinere groepen zodat er zowel professionele 24-uurszorg als huiselijkheid en geborgenheid geboden kan worden. Daarbij hebben de ouders met tal van partijen gesproken: woningcorporaties, zorgaanbieders, gemeenteambtenaren, wethouders en organisaties in de regio. Steeds kregen zij te horen dat hun plan goed en nodig is, maar na de positieve woorden stokt het proces. De kern van hun oproep aan de commissie Samenleving was daarom helder: de gemeente moet meer doen dan alleen luisteren en doorverwijzen. Er is iemand nodig die de regie pakt. De ouders pleitten voor een casemanager of een kleine taskforce binnen de gemeente die initiatieven als het hunne actief begeleidt, partijen rond de tafel brengt, weet waar kansen in vastgoed en grondpositie ontstaan en voorkomt dat initiatiefnemers telkens opnieuw moeten beginnen.
In de commissie klonk brede waardering voor zowel het initiatief als de manier waarop het is uitgewerkt. Raadsleden spraken hun respect uit voor de volharding van de ouders en noemden het burgerinitiatief een voorbeeld van betrokken inwoners die zelf de handschoen oppakken. Tegelijkertijd stelden zij kritische vragen aan de wethouder: welke concrete mogelijkheden zijn er, bijvoorbeeld rond leegstaand maatschappelijk vastgoed, wat betekent een verwijzing naar het Omgevingsloket in de praktijk, en hoe kan de gemeente haar verantwoordelijkheid waarmaken zonder initiatiefnemers steeds met een kluitje in het riet te sturen?
De wethouder onderstreepte dat hij de noodzaak en de emotionele lading van het verhaal ziet en liet merken veel waardering te hebben voor de inzet van Bela-Vivo. Tegelijk wees hij op praktische en juridische grenzen, zoals het Didam-arrest, de schaarste aan gemeentelijke grond en de beperkte mogelijkheden om vastgoed één-op-één aan een specifiek initiatief toe te wijzen. Hij gaf aan het idee van een casemanager of taskforce binnen het college te willen bespreken en zegde toe om ervaringen uit andere gemeenten, zoals Nissewaard, te bestuderen en te delen. Ook gaf hij aan bereid te zijn om contacten te leggen met partijen als Woonzorg Nederland en woningcorporaties, zodat de ouders niet steeds zelfstandig alle deuren hoeven te openen.
Aan het eind van de avond deed Bela-Vivo een dringend beroep op de gemeenteraad om door te pakken. De problematiek is bekend, de urgentie is voelbaar en de contouren van een oplossing liggen er. Wat volgens de ouders nog ontbreekt, is bestuurlijke bereidheid om de laatste stap te zetten: samen met initiatiefnemers, zorgaanbieders en woningcorporaties zorgen voor een veilige, passende woonplek in Barendrecht voor jongvolwassenen met een lichamelijke en licht verstandelijke beperking. Hun boodschap aan de raadsleden was eenvoudig maar krachtig: uw steun maakt voor onze kinderen het verschil tussen blijven hangen in afhankelijkheid of eindelijk een eigen leven kunnen opbouwen.
Voor de PvdA is juist dit punt essentieel: natuurlijk is een wooninitiatief altijd een gedeelde verantwoordelijkheid van ouders, zorgpartners, woningcorporaties en de gemeente. Niemand kan dit alleen. Maar juist omdat deze jongeren anders tussen wal en schip vallen, heeft de gemeente een duidelijke taak om regie te nemen. Wanneer processen blijven hangen op regels, routebeschrijvingen en organisatorische grenzen, ontstaat er in de praktijk iets veel ernstigers: een hele groep jongvolwassenen wordt uitgesloten van een kans om mee te doen. De PvdA vindt dat een inclusieve gemeente niet alleen moet luisteren, maar actief moet handelen wanneer blijkt dat bestaande structuren mensen buiten de boot laten vallen. Alleen zo voorkomen we dat jongeren die willen meedoen, die kunnen meedoen, niet kúnnen beginnen aan een zelfstandig leven simpelweg omdat de passende woonplek ontbreekt. Juist daarom hoopt de PvdA dat de gemeente nu de stap zet naar concrete vervolgstappen en een steviger rol pakt in dit dossier.