“Dit is hét moment om als raad je kaderstellende rol te pakken”
Op 8 februari jl. heb ik een interview gegeven aan het Centrum voor Lokaal Bestuur (CLB) over de nieuwe Participatieverordening. Een onderwerp dat misschien technisch klinkt, maar in de kern gaat over iets heel wezenlijks: hoe geven we inwoners daadwerkelijk invloed op besluiten die hen raken?
Veel gemeenten zijn nog zoekende. Uiterlijk eind 2026 moet iedere gemeente volgens de Wet versterking participatie een participatieverordening hebben. Toch blijkt dat nog een grote opgave: slechts een deel van de gemeenten heeft deze stap al gezet.
In Barendrecht hebben we daar niet op gewacht. Op 27 januari heeft de gemeenteraad unaniem de Participatieverordening vastgesteld. Daar ging een zorgvuldig en breed gedragen traject aan vooraf, waarin raad, college en inwoners actief zijn betrokken. Niet om participatie “op papier goed te regelen”, maar om echt te begrijpen wat er nodig is om inwoners een betekenisvolle stem te geven.
De keuze die wij als raad bewust hebben gemaakt, is om te werken met een kaderstellende verordening. Dat betekent dat wij als raad de uitgangspunten bepalen, maar de verdere uitwerking bij het college laten. Juist daar zit de kern van goed bestuur: de raad stelt de kaders en controleert, het college voert uit.
Wat deze verordening sterk maakt, is dat participatie niet langer vrijblijvend is. Het uitgangspunt is helder: participatie vindt plaats, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dat niet te doen. En als daarvan wordt afgeweken, moet dat expliciet worden gemotiveerd. Daarmee wordt participatie geen gunst, maar een vanzelfsprekend onderdeel van besluitvorming.
Tegelijkertijd vraagt dit ook iets van de organisatie. Participatie kost tijd, inzet en soms ook geld. Maar het is geen keuze meer óf we het doen, het is de vraag hóe we het goed doen. Daarom hebben wij als raad ook nadrukkelijk ingezet op middelen en ondersteuning, bijvoorbeeld door te investeren in kennis en vaardigheden binnen de organisatie.
Belangrijk is ook dat participatie geen afvinklijstje wordt. In de verordening zijn daarom duidelijke momenten van verantwoording en evaluatie opgenomen. Het college rapporteert jaarlijks over de uitvoering en eens in de vier jaar wordt een ontwikkelprogramma opgesteld, zodat de raad kan bijsturen waar nodig.
Het gehele artikel is terug te vinden via: https://lokaalbestuur.nl/participatie/participatieverordening-dit-is-het-moment-om-als-raad-je-kaderstellende-bevoegdheid-te-gebruiken/