De sociale kant van ondernemen: vergroot je impact én bescherm kinderen

De bijeenkomst stond in het teken van transnationaal seksueel kindermisbruik: seksueel misbruik van kinderen waarbij daders reizen naar het buitenland, of waarbij misbruik op afstand plaatsvindt via digitale middelen zoals livestreams. Vanaf het begin werd duidelijk gemaakt dat het onderwerp zwaar, complex en urgent is, maar dat juist daarom samenwerking tussen verschillende sectoren noodzakelijk is. In de zaal waren professionals aanwezig uit onder meer onderwijs, politie, ministeries, toerisme, zorg, GGD’s en maatschappelijke organisaties. Die brede samenstelling was belangrijk, omdat het probleem niet door één organisatie of één beroepsgroep alleen kan worden aangepakt.

De organisatie benadrukte dat kinderen zich niet zelf kunnen verdedigen tegen ernstig onrecht zoals seksueel misbruik of seksuele uitbuiting. Daarom is het van belang dat volwassenen, professionals en organisaties signalen leren herkennen, niet wegkijken en weten waar zij vermoedens kunnen melden. Daarbij werd ook toegelicht dat de aanpak van transnationaal seksueel kindermisbruik al decennialang bestaat en zich sterk heeft ontwikkeld. Waar de aandacht vroeger vooral lag op toeristen en militairen die in bepaalde bestemmingslanden kinderen misbruikten, is het beeld inmiddels veel breder geworden. Tegenwoordig gaat het niet alleen om klassiek toerisme, maar ook om andere vormen van reizen, zoals langdurig verblijf in het buitenland, overwinteren, expats, vrijwilligersreizen, particuliere accommodaties en digitale contacten.

Een belangrijk uitgangspunt van de bijeenkomst was dat signaleren lastig kan zijn. Zelfs professionals die dagelijks met het onderwerp bezig zijn, kunnen twijfelen aan hun waarneming wanneer zij in de praktijk iets verdachts zien. Die twijfel is begrijpelijk, maar mag niet leiden tot niets doen. De boodschap was dat elk puzzelstukje van belang kan zijn. Een melding hoeft niet meteen een volledig bewijsbaar verhaal te zijn. Het is aan politie en justitie om signalen te beoordelen, te combineren met andere informatie en te onderzoeken of er sprake is van strafbare feiten. Juist omdat daders vaak buiten beeld blijven, kunnen losse meldingen van grote betekenis zijn.

Daarna werd uitgebreid stilgestaan bij recent onderzoek naar de omvang en kenmerken van transnationaal seksueel kindermisbruik door Nederlandse mannen. De uitkomsten daarvan waren zeer confronterend. Op basis van een anonieme online vragenlijst onder ruim 9.000 volwassen Nederlandse mannen werd geschat dat jaarlijks ongeveer 20.000 Nederlandse mannen naar het buitenland reizen en daar seksueel contact hebben met minderjarigen. Dat cijfer werd nadrukkelijk gepresenteerd als een schatting op basis van zelfrapportage, maar ook als een uitkomst die door de onderzoekers meerdere keren is gecontroleerd vanwege de ernst en omvang ervan.

Het onderzoek maakte duidelijk dat het probleem veel groter is dan zichtbaar wordt in strafzaken. Er is sprake van een groot dark number: het merendeel van de daders komt vermoedelijk nooit in beeld bij politie en justitie. Dat geldt voor zedenzaken in het algemeen, maar bij transnationaal seksueel kindermisbruik nog sterker. Slachtoffers bevinden zich vaak in kwetsbare omstandigheden, in landen waar armoede, afhankelijkheid, schaamte, corruptie of gebrek aan vertrouwen in autoriteiten een rol kunnen spelen. Daardoor wordt misbruik lang niet altijd gemeld. Ook voor Nederlandse autoriteiten is het lastig om zicht te krijgen op wat zich in het buitenland afspeelt.

Een van de belangrijkste conclusies uit het onderzoek was dat het stereotype beeld van de dader te beperkt is. Vaak wordt gedacht aan oudere, eenzame, hoogopgeleide westerse mannen met geld, die naar armere landen reizen en daar misbruik maken van kwetsbare kinderen. Zulke daders bestaan zeker, maar zij vormen niet het volledige beeld. Uit het onderzoek kwam juist naar voren dat de groep veel diverser is. De daders zijn gemiddeld jonger dan vaak wordt gedacht en verschillen qua profiel niet sterk van mannen die in Nederland seksueel misbruik van kinderen plegen. Ook opleidingsniveau, woonsituatie en andere sociale kenmerken lieten geen eenvoudig herkenbaar daderprofiel zien.

De onderzoekers maakten onderscheid tussen verschillende vormen van gedrag. Zij vroegen onder meer naar onbetaalde seks met personen jonger dan 16 jaar na het 21e levensjaar van de respondent, en naar betaalde seks met personen jonger dan 18 jaar. Daarbij werd gekeken of dit in Nederland of in het buitenland had plaatsgevonden. Ook werd aandacht besteed aan livestreams waarbij minderjarigen seksuele handelingen verrichten en waarbij de kijker op afstand invloed kan uitoefenen op wat er gebeurt. Deze laatste vorm werd gezien als een belangrijke ontwikkeling, omdat digitaal misbruik en fysiek uitreizen steeds vaker met elkaar verbonden lijken te zijn.

Uit de onderzoeksresultaten bleek dat 2,3 procent van de ondervraagde mannen aangaf ooit betrokken te zijn geweest bij seksueel contact met minderjarigen in het buitenland. Omgerekend naar de Nederlandse mannelijke bevolking leidde dit tot een schatting van ongeveer 150.000 mannen die zich ooit aan transnationaal seksueel kindermisbruik hebben schuldig gemaakt. Omdat ongeveer twee derde van deze groep aangaf dat dit in de afgelopen vijf jaar had plaatsgevonden, kwam de jaarlijkse schatting uit op ongeveer 20.000 mannen per jaar.

Een opvallende bevinding was dat er relatief weinig overlap werd gevonden tussen mannen die in Nederland seksueel misbruik plegen en mannen die dat in het buitenland doen. Ongeveer tien procent gaf aan dat zij zowel in Nederland als in het buitenland seksueel misbruik van kinderen hadden gepleegd. De meeste daders lijken dus óf in Nederland óf in het buitenland actief te zijn, terwijl hun profiel op veel punten wel vergelijkbaar is. Waarom die overlap beperkt is, werd genoemd als een belangrijke vraag voor vervolgonderzoek.

Bij livestreams bleek de overlap veel groter. Meer dan de helft van de mannen die aangaf betrokken te zijn geweest bij livestreams met minderjarigen, gaf ook aan naar het buitenland te zijn gereisd om daar kinderen seksueel te misbruiken. Dit maakt livestreaming een belangrijk signaal in de opsporing en preventie. Waar het bezit of bekijken van seksueel kindermisbruikmateriaal op zichzelf niet altijd direct wijst op fysiek uitreizen, lijkt deelname aan livestreams veel sterker verbonden met daadwerkelijk transnationaal misbruik.

Ook werd gekeken naar verschillen tussen daders die doelbewust naar het buitenland reizen met de intentie om kinderen seksueel te misbruiken en daders die situationeel handelen. De groep die bewust reist met het doel om misbruik te plegen, scoorde op meerdere risicofactoren zwaarder. Daarbij ging het onder meer om een vaker voorkomend crimineel verleden, meer impulsiviteit, meer eenzaamheid, vijandigheid tegenover vrouwen, identificatie met kinderen, seksuele problemen en een grotere kans op herhaald gedrag. Situationele daders lijken mogelijk meer vanuit gelegenheid, context of impuls te handelen, maar ook daar blijft sprake van ernstig strafbaar gedrag.

Tijdens de vragen werd ingegaan op preventie en hulpverlening. Uit het onderzoek bleek dat een aanzienlijk deel van de mannen op enig moment heeft overwogen hulp te zoeken voor seksuele gevoelens of gedrag richting kinderen. Dat werd gezien als een belangrijk aanknopingspunt. Tegelijk werd benoemd dat campagnes soms wel verkeer naar websites of hulplijnen opleveren, maar dat mensen vervolgens niet altijd daadwerkelijk contact opnemen. De vraag blijft dus hoe deze doelgroep laagdrempelig, veilig en effectief bereikt kan worden voordat strafbaar gedrag plaatsvindt of zich herhaalt.

Daarna werd vanuit het perspectief van opsporing en vervolging toegelicht hoe moeilijk het is om concrete zaken rond transnationaal seksueel kindermisbruik voor de rechter te krijgen. In strafzaken ziet justitie nog vaak het klassieke daderbeeld: oudere mannen, vaak alleenstaand, financieel zelfstandig, hoogopgeleid of met een goed pensioen, die langere tijd naar het buitenland reizen en daar relaties opbouwen met kinderen, gezinnen of lokale tussenpersonen. Dat staat in contrast met het bredere beeld uit het onderzoek, waarin veel meer en jongere daders naar voren komen. Dit verschil roept de vraag op waarom justitie vooral zicht krijgt op één bepaald type dader en veel andere daders buiten beeld blijven.

Zaken komen op verschillende manieren binnen. Dat kan via meldplatforms, internationale meldingen, buitenlandse opsporingsdiensten, Amerikaanse meldinstanties, meldingen aan de balie bij de politie, undercoverwerk, digitale sporen of het uitlezen van in beslag genomen gegevensdragers. Meldingen worden niet zomaar direct omgezet in zware strafrechtelijke acties. Eerst wordt zorgvuldig gekeken of een melding verifieerbaar is, of er aanknopingspunten zijn en of de informatie kan worden opgewerkt. Dit werd nadrukkelijk benoemd om de drempel om te melden te verlagen. Een melding leidt dus niet automatisch tot onmiddellijke aanhouding; er vindt eerst zorgvuldige beoordeling plaats.

De vervolging van dit soort zaken is ingewikkeld en langdurig. Er is vaak internationale samenwerking nodig, informatie moet uit verschillende landen komen, slachtoffers bevinden zich in het buitenland en digitaal bewijs is soms versleuteld of moeilijk toegankelijk. Sommige zaken duren jaren voordat ze inhoudelijk door de rechter kunnen worden behandeld. Ook onderzoekswensen van de verdediging kunnen procedures aanzienlijk verlengen. Daardoor zijn er relatief weinig recente zittingen van fysieke uitreizigers geweest, terwijl er wel meerdere zaken lopen.

Aan de hand van praktijkvoorbeelden werd duidelijk hoe daders te werk kunnen gaan. In één zaak ging het om een oudere man die jarenlang naar verschillende landen reisde, daar misbruik pleegde, zelf beeldmateriaal maakte en dit goed probeerde te verbergen. Hij had digitale beveiliging ingebouwd en gebruikte versleutelde gegevensdragers. Door internationale samenwerking kon uiteindelijk veel bewijs worden veiliggesteld. Belangrijk was dat informatie uit het buitenland, waaronder digitale dagboeken van een mededader, gekoppeld kon worden aan foto’s, video’s en reisgegevens. Daardoor kon het patroon van misbruik worden gereconstrueerd.

Een ander voorbeeld liet zien hoe daders via digitale contacten relaties opbouwen met minderjarige meisjes. Zij beginnen bijvoorbeeld met vriendelijk contact, beloftes, cadeaus, geld, telefoons of steun voor schoolkosten. Daarna wordt stap voor stap gevraagd om steeds explicieter beeldmateriaal. Dit proces lijkt op grooming zoals dat ook in Nederlandse zedenzaken voorkomt. De afhankelijkheidsrelatie groeit geleidelijk en maakt de stap naar fysiek misbruik kleiner.

Een derde praktijkvoorbeeld ging over iemand die jarenlang via livestreams betrokken was bij misbruik en daarnaast naar verschillende landen reisde. Daarbij kwam naar voren dat livestreaming niet alleen een vorm van misbruik op zichzelf is, maar ook een opstap kan zijn naar fysiek uitreizen. Wanneer een dader via internet al contact heeft met een facilitator in het buitenland, wordt de stap kleiner om daadwerkelijk te reizen. De facilitator kan kinderen regelen, afspraken maken en de dader ontvangen. Daarmee ontstaat een directe verbinding tussen online misbruik en offline seksueel misbruik in het buitenland.

In de praktijk maken daders vaak gebruik van kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Zij benaderen kinderen rechtstreeks, bijvoorbeeld op stranden of in dorpen, maar zoeken ook toegang tot hele gezinnen. Zij geven cadeaus, betalen schoolgeld, nemen kinderen mee naar hotels met zwembaden of spelcomputers, of ondersteunen het gezin financieel. Daardoor ontstaat een situatie waarin ouders of verzorgers afhankelijk kunnen worden van de dader. Zelfs wanneer er vermoedens zijn, kan armoede ertoe leiden dat gezinnen niet melden of het misbruik niet stoppen. Daders voelen die kwetsbaarheid vaak feilloos aan en maken daar bewust misbruik van.

Ook werd benoemd dat sommige daders zich diep in lokale gemeenschappen nestelen. Zij bouwen een netwerk op, worden bekend in een dorp of omgeving en krijgen daardoor toegang tot meerdere kinderen en gezinnen. Dat verlaagt de meldingsbereidheid nog verder en maakt het mogelijk dat daders van kind naar kind gaan. Juist daarom is het belangrijk dat signalen niet alleen door lokale autoriteiten, maar ook door reizigers, toeristische organisaties, hulpverleners, douane, politie en maatschappelijke organisaties worden opgepikt.

Een belangrijk juridisch punt was dat vervolging bij voorkeur plaatsvindt in het land waar het misbruik heeft plaatsgevonden, omdat daar het onrecht is gepleegd en slachtoffers daar gemakkelijker gebruik kunnen maken van hun rechten. Tegelijk is dat niet altijd mogelijk. Soms vervolgt Nederland zelf, bijvoorbeeld wanneer de verdachte Nederlander is en bewijs beschikbaar is. Wanneer iemand in het buitenland al is vervolgd, kan Nederland dezelfde feiten niet opnieuw vervolgen vanwege het beginsel dat iemand niet twee keer voor hetzelfde feit mag worden berecht.

De bijeenkomst maakte duidelijk dat transnationaal seksueel kindermisbruik een veel groter en diverser probleem is dan vaak wordt gedacht. Het gaat niet alleen om de klassieke oudere sekstoerist, maar om een brede groep daders, waarbij online gedrag, livestreams, grooming, reizen en internationale netwerken steeds meer met elkaar verweven raken. Tegelijk is het aantal strafzaken laag in verhouding tot de geschatte omvang. Dat verschil onderstreept het belang van betere signalering, laagdrempelige meldmogelijkheden, internationale samenwerking, preventie, hulpverlening en vervolgonderzoek.

De rode draad van de bijeenkomst was dat niemand dit probleem alleen kan oplossen. Onderzoekers leveren kennis over omvang, profielen en risicofactoren. Politie en justitie proberen signalen op te werken tot bewijsbare zaken. Hulpverleners en preventieorganisaties zoeken manieren om potentiële daders eerder te bereiken. De toerismesector, douane, onderwijs, zorg en maatschappelijke organisaties kunnen signalen herkennen en barrières opwerpen. Iedere melding, ieder vermoeden en ieder puzzelstukje kan bijdragen aan het beschermen van kinderen en het stoppen van daders.

Zie voor meer informatie: https://www.defenceforchildren.nl/actueel/kinderrechtennieuws/seksuele-uitbuiting/2026/meer-dan-60-professionals-bundelen-krachten-tegen-seksueel-misbruik-van-kinderen-in-reizen-en-toerisme/https://www.defenceforchildren.nl/actueel/kinderrechtennieuws/seksuele-uitbuiting/2026/meer-dan-60-professionals-bundelen-krachten-tegen-seksueel-misbruik-van-kinderen-in-reizen-en-toerisme/

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *