Commissie Samenleving 13 januari
Tijdens de vergadering van de commissie Samenleving op 13 januari is de nieuwe Participatieverordening Barendrecht besproken. Als raadslid heb ik deelgenomen aan de raadswerkgroep Participatie, een a-politieke werkgroep waarin raadsleden vanuit verschillende fracties gezamenlijk hebben samengewerkt aan deze verordening. In deze werkgroep stond niet het partijpolitieke verschil centraal, maar het gezamenlijke belang om heldere, werkbare en eerlijke spelregels vast te leggen voor participatie in Barendrecht. Samen met collega-raadsleden, waaronder Nicoline Blankenstein (voorzitter van de participatiegroep), Richard Carlebur, Nando Jansen, René Schuurman en Arie Kooijman, is intensief gewerkt aan de inhoud en de zorgvuldige afwegingen die daarbij horen.
Aanleiding voor de verordening is de Wet versterking participatie op decentraal niveau, die sinds 1 januari 2025 van kracht is. Deze wet verplicht gemeenten om vast te leggen hoe inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers kunnen worden betrokken bij gemeentelijk beleid. Het gaat daarbij niet alleen om meedenken vooraf, maar ook om betrokkenheid tijdens de uitvoering en bij de evaluatie van beleid. Met deze participatieverordening geeft Barendrecht invulling aan die wettelijke verplichting en wordt duidelijker vastgelegd wat inwoners van de gemeente mogen verwachten als het gaat om meedoen en meepraten.
De verordening beschrijft welke vormen van participatie mogelijk zijn en maakt inzichtelijk wanneer participatie wordt toegepast. Het uitgangspunt is dat participatie plaatsvindt, tenzij daar zwaarwegende redenen voor zijn. Als een bestuursorgaan besluit om inwoners niet te betrekken, moet dat gemotiveerd worden. Daarnaast regelt de verordening ook overheidsparticipatie, waaronder het uitdaagrecht. Dit biedt inwoners en maatschappelijke partijen de mogelijkheid om onder voorwaarden zelf het initiatief te nemen en eventueel gemeentelijke taken over te nemen, wanneer zij denken dat anders of beter te kunnen doen.
Tijdens het voorbereidingsproces heeft het college van burgemeester en wethouders een zienswijze uitgebracht, waarin aandacht werd gevraagd voor uitvoerbaarheid, juridische helderheid en de benodigde capaciteit binnen de organisatie. Deze zienswijze is door de werkgroep serieus gewogen en heeft geleid tot aanpassingen en verduidelijkingen in de verordening en de toelichting. Daarbij is bewust gekozen voor een kaderstellende verordening, waarbij de verdere uitwerking en implementatie bij het college wordt belegd, met duidelijke terugkoppeling aan de raad.
De bespreking in de commissie Samenleving van 13 januari vormde een belangrijke stap in dit proces. De participatieverordening wordt nu voorgelegd aan de gemeenteraad en staat geagendeerd voor besluitvorming in de raadsvergadering van 27 februari. Met dit voorstel zet Barendrecht een volgende stap in het versterken van de lokale democratie en het duidelijker positioneren van inwoners als volwaardige partners in het gemeentelijk beleid.