Commissie AZ&F 29 Juni 2026

Afgelopen maandag mocht ik voor de tweede keer als voorzitter de commissie Algemene Zaken & Financiën (AZ&F) leiden. Een mooie en verantwoordelijke rol waar ik met veel plezier op terugkijk. Als commissievoorzitter neem ik zelf geen inhoudelijk politiek standpunt in, maar zorg ik ervoor dat de vergadering ordelijk verloopt, iedere fractie voldoende ruimte krijgt om haar controlerende taak uit te oefenen en alle onderwerpen zorgvuldig worden behandeld voordat de gemeenteraad hierover een definitief besluit neemt.

Tijdens deze commissievergadering stonden enkele van de belangrijkste financiële documenten van het jaar centraal. Financiële stukken lijken soms ingewikkeld, maar uiteindelijk gaan ze over keuzes die iedere inwoner raken. Ze bepalen hoeveel financiële ruimte de gemeente heeft, hoe zorgvuldig belastinggeld is besteed en welke mogelijkheden er zijn om ook de komende jaren te blijven investeren in woningen, veiligheid, sport, duurzaamheid, zorg, bereikbaarheid, groen en andere voorzieningen in Barendrecht.

We begonnen de vergadering met de behandeling van de Jaarstukken 2025. Dit is één van de belangrijkste momenten binnen de planning- en controlcyclus van de gemeente. Met de jaarstukken legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad over het gevoerde beleid en de besteding van publieke middelen in het afgelopen jaar. De gemeenteraad controleert daarbij niet alleen of het belastinggeld rechtmatig is uitgegeven, maar ook of de beschikbare middelen daadwerkelijk zijn ingezet voor de doelen waarvoor de raad eerder budget beschikbaar heeft gesteld.

Voorafgaand aan de inhoudelijke bespreking verzorgde de accountant een presentatie over de controle van de gemeentelijke jaarrekening. Daarbij werd toegelicht hoe de accountantscontrole verloopt en welke werkzaamheden nog moesten worden afgerond. De definitieve accountantsverklaring was tijdens de commissievergadering nog niet beschikbaar en wordt voorafgaand aan de raadsvergadering van 7 juli verwacht. Een onafhankelijke accountantsverklaring is belangrijk, omdat deze de gemeenteraad extra zekerheid geeft over de betrouwbaarheid van de financiële verantwoording.

Uit de jaarstukken blijkt dat de gemeente Barendrecht 2025 heeft afgesloten met een positief financieel resultaat van ruim € 7,2 miljoen. Dat klinkt als een groot bedrag, maar dit betekent niet dat dit geld vrij besteedbaar is. Tijdens de commissievergadering is besproken dat het positieve resultaat wordt toegevoegd aan de algemene reserve, zodat de gemeente ook in de toekomst financieel weerbaar blijft. Daarnaast is gesproken over het beschikbaar stellen van doorgeschoven investeringen naar 2026, het autoriseren van begrotingsafwijkingen en het overhevelen van budgetten die in 2025 nog niet volledig zijn benut, maar in 2026 alsnog nodig zijn voor de uitvoering van werkzaamheden. Ook kwamen verschillende mutaties binnen de gemeentelijke reserves aan bod, waaronder een overheveling vanuit de reserve van het grondbedrijf, een reservering voor het groot onderhoud van het Inge de Bruijn Zwembad en de vorming van een nieuwe bestemmingsreserve voor de verdere ontwikkeling van de ambtelijke organisatie. Al deze besluiten zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat lopende projecten kunnen worden afgerond en dat de gemeente ook de komende jaren haar dienstverlening op peil kan houden.

Vervolgens bespraken wij de Voorjaarsbrief 2027. Deze brief vormt het financiële vertrekpunt voor de begroting van volgend jaar. Anders dan een begroting bevat de voorjaarsbrief nog geen uitgewerkte politieke plannen, maar geeft zij inzicht in de financiële ontwikkelingen waarmee de gemeente rekening moet houden. Omdat momenteel wordt gewerkt aan een nieuw coalitieakkoord, heeft de voorjaarsbrief een beleidsarm karakter. Dat betekent dat uitsluitend autonome en onvermijdelijke ontwikkelingen zijn verwerkt, zoals wijzigingen in de algemene uitkering van het Rijk, loon- en prijsontwikkelingen en financiële effecten van gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast vormt de voorjaarsbrief de basis voor de programmabegroting 2027-2030 en is tijdens de commissievergadering gesproken over het belang van een structureel sluitende begroting en een financieel gezonde meerjarenraming. Ook de programma-indeling voor de komende begrotingsperiode kwam daarbij aan bod.

Een ander onderwerp was de zienswijze op de begroting 2027 van SVHW, de organisatie die namens Barendrecht onder meer de gemeentelijke belastingen heft en int en verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Vrijwel iedere inwoner krijgt daarom direct of indirect met SVHW te maken. Tijdens de vergadering werd toegelicht dat de bijdrage van Barendrecht aan SVHW in 2026 lager uitvalt dan eerder geraamd. Dit is onder andere het gevolg van lagere kosten voor bezwaarprocedures, externe inhuur en proceskosten. Voor 2027 wordt echter weer een stijging van de deelnemersbijdrage verwacht. Ook is uitgebreid stilgestaan bij het voorstel om inwoners eerst kosteloos een betalingsherinnering te sturen voordat invorderingskosten in rekening worden gebracht. Hoewel dit op korte termijn mogelijk leidt tot minder inkomsten uit invorderingskosten, is de verwachting dat inwoners hierdoor eerder worden geholpen, betalingsachterstanden minder snel oplopen en uiteindelijk ook maatschappelijke kosten kunnen worden voorkomen.

Tot slot stond de Meerjarenprognose Grondexploitaties 2026 op de agenda. Dit is een jaarlijkse rapportage waarin de gemeente de financiële stand van zaken van haar grondexploitaties actualiseert. Grondexploitaties vormen de financiële basis van gebiedsontwikkelingen, zoals woningbouwlocaties en andere ruimtelijke projecten. Door deze jaarlijks te actualiseren houdt de gemeenteraad zicht op de kosten, opbrengsten, risico’s en financiële ontwikkelingen van deze projecten. Zo kan tijdig worden bijgestuurd wanneer omstandigheden veranderen of risico’s toenemen.

Tijdens de behandeling werd toegelicht dat de netto contante waarde ten opzichte van vorig jaar is gewijzigd, onder meer als gevolg van hogere civieltechnische kosten en aangepaste winstnemingen. Ook kwam aan de orde dat de verliesvoorziening nagenoeg gelijk blijft, terwijl de risicoreservering afneemt doordat verschillende projecten verder in uitvoering zijn gekomen. Tegelijkertijd blijft het beschikbare weerstandsvermogen volgens de rapportage toereikend om de huidige financiële risico’s op te vangen.

Als voorzitter heb ik de commissie vervolgens gevraagd of er behoefte was aan een beraadslaging over dit onderwerp. Dat bleek niet het geval. De commissie kon daarom concluderen dat het voorstel besluitrijp is en als hamerstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 7 juli, waar de gemeenteraad hierover een definitief besluit zal nemen.

Na de bespreking van alle onderwerpen adviseerde de commissie per voorstel of deze besluitrijp waren en of zij als hamerstuk of bespreekstuk kunnen worden geagendeerd voor de raadsvergadering van 7 juli. Tijdens die vergadering neemt de gemeenteraad uiteindelijk de definitieve besluiten.

Ik kijk terug op een inhoudelijk sterke en constructieve vergadering.

U kunt de commissie bekijken via: https://barendrecht.raadsinformatie.nl/vergadering/1450235

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *