Commissie Algemene Zaken & Financiën – 8 december 2025
In de commissie Algemene Zaken & Financiën besprak de gemeenteraad drie dossiers: een doorwerkingsonderzoek van de Rekenkamer, het onderzoeksprogramma voor 2026, en de actualisatie van het privacybeleid. Stuk voor stuk onderwerpen die gaan over vertrouwen, zorgvuldigheid en zicht houden op wat er in de gemeente gebeurt.
Het eerste onderwerp was het Doorwerkingsrapport van de Rekenkamer, waarin wordt onderzocht wat er is gebeurd met vier eerdere rekenkamerrapporten tussen 2018 en 2023. De Rekenkamer laat in haar rapport zien dat het grootste deel van de aanbevelingen daadwerkelijk is opgevolgd, maar dat deze opvolging sterk afhankelijk was van de betrokkenheid van individuele medewerkers en het College, omdat verantwoordelijkheden nergens formeel waren vastgelegd. Daarmee ontstond een kwetsbare situatie: bij wisselingen van personeel kon kennis verdwijnen, en doordat de raad aanbevelingen wel aannam maar het College nooit formeel de opdracht gaf om ze uit te voeren, was er beperkte grip op wat er in de praktijk gebeurde. In de stukken staat helder dat de raad hierdoor het overzicht verliest en dat het College zelf bepaalde tempo en interpretatie gaf aan wat er met de aanbevelingen gebeurde
Het raadsvoorstel dat hierbij hoort legt voor het eerst een duidelijk fundament onder de opvolging. De raad neemt alle aanbevelingen over en geeft het College nu expliciet de opdracht om ze uit te voeren. Het College moet voortaan jaarlijks rapporteren over de voortgang, zoals de Gemeentewet ook voorschrijft, en binnen zes maanden komt er een uitvoeringsplan waarin staat wie verantwoordelijk is, hoe opvolging wordt geborgd en hoe de raad dit in de toekomst gaat monitoren. De PvdA steunde deze koers, omdat hiermee de vrijblijvendheid die de afgelopen jaren zichtbaar was, plaatsmaakt voor een gestructureerde aanpak waarin de raad haar controlerende taak volledig kan uitoefenen. Vooral in domeinen waar uitvoering en financiële druk elkaar raken, zoals het sociaal domein, is het essentieel dat adviezen niet verdwijnen maar echt worden uitgevoerd zoals bedoeld. Deze nieuwe werkwijze versterkt de bestuurlijke transparantie en geeft de raad het overzicht dat zij nodig heeft.
Daarna besprak de commissie het Jaarprogramma van de Rekenkamer voor 2026, bestaande uit twee onderzoeken: een diepgravend onderzoek naar participatie en een quick scan naar de huisvesting van arbeidsmigranten.
Het onderzoek naar participatie richt zich op de vraag hoe Barendrecht haar inwoners betrekt bij beleid en besluitvorming, precies op het moment dat de gemeente een nieuwe participatieverordening gaat vaststellen. In de onderzoeksopzet wordt uitgebreid uiteengezet waarom dit onderzoek nu nodig is: participatie is niet langer vrijblijvend, gemeenten moeten wettelijke spelregels vastleggen, en Barendrecht heeft de ambitie om participatie verder te versterken. De Rekenkamer wil vooral weten hoe die ambities zich vertalen naar de praktijk binnen de organisatie: hoe medewerkers participatie vormgeven, hoe afdelingen samenwerken, welke ervaringen er zijn in eerdere trajecten en hoe de raad haar rol als kadersteller en controleur vervult. Door casussen te analyseren – trajecten die de gemeente zelf heeft geïnitieerd – ontstaat straks een helder beeld van wat er al goed gaat en wat versterking nodig heeft. De onderzoeksopzet legt sterk de nadruk op de rollen van ambtenaren, college en raad, en hoe gezamenlijke duidelijkheid hierover de kwaliteit van participatie bepaalt.
Bij dit onderwerp stelde de PvdA drie inhoudelijke vragen.
De eerste vraag ging over de relatie tussen oud en nieuw beleid. De Rekenkamer baseert haar analyse op twee recent afgeronde casussen uit de bestaande praktijk, terwijl de aanleiding juist de invoering van de nieuwe participatieverordening in 2026 is. De fractie vroeg of er geen risico bestaat dat het onderzoek vooral de tekortkomingen van het oude systeem blootlegt, zonder voldoende zicht te bieden op de knelpunten die kunnen ontstaan bij de overstap naar het nieuwe wettelijke kader.
De tweede vraag betrof de beperkte focus op de interne organisatie. Het onderzoek kijkt nadrukkelijk niet naar de doorwerking van participatie in beleid, terwijl participatie in de praktijk juist wordt ingezet om besluitvorming te verbeteren en het draagvlak te vergroten. De PvdA vroeg daarom of een onderzoek dat zich uitsluitend richt op processen, rollen en werkwijzen binnen de organisatie wel voldoende handvatten kan opleveren om te beoordelen of participatie daadwerkelijk leidt tot betere besluiten.
Tot slot stelde de fractie een vraag over de balans in perspectieven. De onderzoeksopzet maakt vooral gebruik van documentanalyse en interviews met ambtenaren en de portefeuillehouder. Gesprekken met inwoners zijn optioneel en alleen gekoppeld aan de twee casussen. De PvdA vroeg hoe de Rekenkamer borgt dat het uiteindelijke beeld niet te veel wordt gekleurd door interne perspectieven, juist omdat inwoners vaak het scherpst aangeven waar participatie tekortschiet of werkt.
Het tweede onderzoek betreft een quick scan naar de huisvesting van arbeidsmigranten. Barendrecht en de omliggende gemeenten kennen een groeiende groep arbeidsmigranten, onder andere in de AGF-sector. De druk op de huisvesting neemt toe en gemeenten hebben sinds 2023 een expliciete wettelijke verantwoordelijkheid via de Wet goed verhuurderschap. Het onderzoek brengt niet alleen in kaart hoe de huisvesting in Barendrecht eruitziet, maar vooral hoe de gemeente haar wettelijke taken uitvoert: het instellen van een meldpunt, toezicht en handhaving, en de vraag in hoeverre de raad hierover goed wordt geïnformeerd en kan sturen. De Rekenkamer schetst dit als een startbeeld dat de raad helpt te bepalen of er aanvullende stappen nodig zijn, en benadrukt dat dit onderzoek de basis kan vormen voor vervolgonderzoek als daar aanleiding toe is. De onderzoeksopzet maakt inzichtelijk welke instrumenten de gemeente heeft en hoe deze worden ingezet, en laat tegelijkertijd zien dat werkgevers, uitzendbureaus en verhuurders een grote invloed hebben op de dagelijkse praktijk, waardoor de rol van de gemeente vooral zit in toezicht, normstelling en bescherming van huurders.
Bij dit dossier stelde de PvdA twee aanvullende vragen.
De eerste vraag ging over de sturingsmogelijkheden van de raad. De Rekenkamer onderzoekt welke instrumenten de gemeenteraad nu heeft, maar de fractie vroeg zich af in hoeverre het onderzoek ook zal kijken naar mogelijke aanvullende of vernieuwende vormen van sturing. De PvdA wilde weten of de Rekenkamer, gezien de gekozen afbakening, verwacht concrete sturingsinstrumenten te identificeren die de raad op dit moment nog niet inzet, of dat het onderzoek zich voornamelijk richt op de bestaande instrumenten die al zijn vastgelegd in documenten zoals de woonvisie.
De tweede vraag ging over de betrokken perspectieven. In de onderzoeksopzet staat dat de Rekenkamer interviews houdt met de portefeuillehouder, beleidsmedewerkers, toezichthouders en medewerkers van het meldpunt. Externe partijen — zoals werkgevers, uitzendbureaus en de arbeidsmigranten zelf — worden echter niet expliciet genoemd. Terwijl juist deze groepen in de praktijk de grootste invloed hebben op de naleving van de Wet goed verhuurderschap. De fractie vroeg hoe de Rekenkamer waarborgt dat de succes- en knelpunten in de uitvoering niet uitsluitend vanuit het gemeentelijk perspectief worden belicht, maar ook vanuit het perspectief van de arbeidsmigrant en de werkgevers die essentieel zijn voor de uitvoering.
Het derde grote dossier van de avond was het geactualiseerde Privacybeleid 2025–2027. Door de ontvlechting van de BAR-organisatie, de overgang naar de Bedrijfsvoering Partner en de snelle technologische ontwikkelingen – zoals algoritmen en kunstmatige intelligentie – was een update van het eerdere beleid noodzakelijk. Het nieuwe beleidskader beschrijft hoe Barendrecht persoonsgegevens verwerkt, welke uitgangspunten daarbij gelden en hoe de gemeente verantwoord wil omgaan met gevoelige gegevens zoals Wmo-informatie, politiegegevens en data van inwoners en medewerkers. Het beleid is opgesteld conform de landelijke standaarden en sluit beter aan bij de manier waarop de organisatie nu werkt. De stukken benadrukken dat Barendrecht naar een hoger niveau van privacy volwassenheid wil groeien en dat het vaststellen van dit beleid daarvoor de basis vormt. Tegelijkertijd wordt erkend dat risico’s nooit volledig verdwijnen: ook met beleid blijft de menselijke factor cruciaal en moeten belangen steeds zorgvuldig worden afgewogen. De evaluatieplicht uit de AVG maakt dat dit beleid eind 2027 opnieuw wordt herzien, en elk jaar rapporteert de Functionaris Gegevensbescherming aan College én raad hoe de naleving ervoor staat.
Bij dit onderwerp stelde de PvdA een vraag over de inzet van algoritmen en kunstmatige intelligentie in de gemeentelijke organisatie. In het beleid staat dat Barendrecht geen gebruik maakt van geautomatiseerde besluitvorming of profilering, maar tegelijkertijd wordt wel ruimte geboden voor het gebruik van algoritmen en AI voor ondersteunende processen. De fractie vroeg daarom hoe de gemeente ervoor zorgt dat bij eventuele toekomstige inzet van dergelijke technologie altijd ‘Privacy by Design’ wordt toegepast, en of de raad vooraf wordt geïnformeerd wanneer het gaat om toepassingen met een hoog privacy risico.