Actief voor het waterschap: eerste training laat zien hoe dichtbij waterbestuur eigenlijk is
Op donderdag 16 april nam ik deel aan de eerste bijeenkomst van de cursus Actief voor het Waterschap in Ridderkerk. Deze training is bedoeld voor inwoners die meer willen weten over het werk van het waterschap, de bestuurlijke inrichting en de mogelijkheden om zelf actief te worden binnen deze bijzondere bestuurslaag.
De eerste avond maakte meteen duidelijk dat het waterschap veel meer is dan een technische organisatie die zich bezighoudt met dijken, sloten, gemalen en zuiveringen. Achter droge voeten, schoon water en voldoende water gaat een volwaardige democratische bestuurslaag schuil. Een bestuurslaag met eigen verkiezingen, eigen belastingen, eigen politieke keuzes en een grote verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid van ons gebied.
Waterschap Hollandse Delta heeft een omvangrijk en divers werkgebied. Het beheert onder meer dijken, duizenden kilometers sloten, honderden gemalen, sluizen, rioolwaterzuiveringsinstallaties en in sommige gebieden ook wegen buiten de bebouwde kom. Juist dat laatste is bijzonder, omdat niet alle waterschappen nog wegen in beheer hebben. Hollandse Delta is één van de waterschappen waar dit nog speelt, al wordt er gewerkt aan overdracht van wegen naar gemeenten. In Barendrecht en Ridderkerk zijn daar al stappen in gezet.
Tijdens de bijeenkomst werd ook duidelijk hoe groot de opgaven richting 2050 zijn. In het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma moeten primaire waterkeringen worden versterkt of op sterkte worden gebracht. Dat is een enorme operatie, waarbij niet alleen techniek, maar ook ruimte, geld en belangen een rol spelen. Op sommige plekken is er ruimte om dijken te versterken, maar op andere plekken staan woningen of bedrijven dicht tegen de dijk aan. Dan wordt waterveiligheid direct een maatschappelijke en ruimtelijke puzzel.
Ook de vernieuwing van rioolwaterzuiveringen kwam uitgebreid aan bod. Veel installaties zijn verouderd en moeten stapsgewijs worden vernieuwd. Dat is ingewikkeld, omdat een zuivering niet zomaar stilgelegd kan worden. Het afvalwater van inwoners en bedrijven blijft immers komen. De opgave is dus niet alleen om te vernieuwen, maar om dat te doen terwijl het systeem blijft functioneren. Dat vraagt veel van de organisatie, de medewerkers en de planning.
Een belangrijk inzicht uit deze eerste training is dat waterbeheer niet losstaat van klimaatverandering. Water komt niet alleen vanuit rivieren of zee, maar steeds vaker ook van boven door hevige regenval. Tegelijkertijd zijn er perioden van droogte, waardoor dijken kunnen scheuren en waterpeilen onder druk komen te staan. Het waterschap moet dus omgaan met hoogwater, droogte, wateroverlast én watertekort. Dat maakt het werk steeds complexer.
Daarbij werd ook gesproken over meerlaagse veiligheid. Als wegen door water niet meer bereikbaar zijn, moeten inwoners kunnen nadenken over alternatieven, zoals hoger gelegen plekken. Ook werd benadrukt dat inwoners zelf voorbereid moeten zijn op noodsituaties, bijvoorbeeld door eten en drinken in huis te hebben. Waterveiligheid is daarmee niet alleen een taak van overheid en bestuur, maar ook iets waar inwoners zich bewust van moeten zijn.
Wat mij vooral opviel, is dat het waterschap vaak als afstandelijk of technisch wordt gezien, terwijl de onderwerpen juist heel dichtbij komen. Denk aan wateroverlast in woonwijken, stijgende waterschapslasten, schoon zwemwater, natuurvriendelijke oevers, PFAS, medicijnresten in water, rivierkreeften, bevers die schade veroorzaken aan oevers en dijken, wegenonderhoud en de overdracht van wegen naar gemeenten. Dit zijn geen abstracte thema’s, maar zaken die inwoners direct kunnen raken.
Ook de Kaderrichtlijn Water kwam nadrukkelijk aan bod. Nederland moet voldoen aan Europese afspraken over waterkwaliteit, maar op veel plekken worden de normen nog niet gehaald. Het gaat daarbij niet alleen om chemische stoffen, maar ook om ecologie, planten, vissen en de inrichting van het watersysteem. In veel gebieden zijn sloten en watergangen vooral ingericht op snelle afvoer van water, terwijl verbetering van waterkwaliteit juist vraagt om een andere inrichting. Dat vraagt investeringen, keuzes en politieke moed.
Daar zit meteen de politieke kant van het waterschap. Waterveiligheid is vaak minder omstreden: dijken moeten veilig zijn. Maar zodra het gaat over waterkwaliteit, duurzaamheid, natuurvriendelijke oevers, vispassages, biodiversiteit of extra investeringen, ontstaan er bestuurlijke keuzes. Wat doen we nu? Wat schuiven we door? Hoeveel lastenverhoging vinden we verantwoord? En hoeveel problemen laten we liggen voor toekomstige generaties?
Tijdens de training werd ook duidelijk dat het waterschap financieel anders werkt dan gemeenten. Gemeenten ontvangen een groot deel van hun inkomsten via het gemeentefonds. Voor waterschappen bestaat zo’n waterschapsfonds niet. Het waterschap werkt in feite met een gesloten financieel systeem: de kosten worden betaald via waterschapslasten door inwoners, bedrijven en grondeigenaren. Dat maakt de afwegingen direct voelbaar. Als de opgaven groter worden, stijgt de druk op de lasten.
Juist daarom is betaalbaarheid een belangrijk politiek thema. De komende jaren moeten er grote investeringen worden gedaan in dijken, zuiveringen, duurzaamheid, klimaatadaptatie en waterkwaliteit. Tegelijkertijd moeten inwoners en bedrijven de lasten kunnen blijven dragen. Dat spanningsveld maakt het werk van het waterschapsbestuur relevanter dan veel mensen denken.
Een groot deel van de bijeenkomst ging over de bestuurlijke inrichting. Het algemeen bestuur van het waterschap bestaat uit 30 zetels. Inwoners kiezen een groot deel van deze zetels tijdens de waterschapsverkiezingen. Daarnaast zijn er vier geborgde zetels: twee voor natuur en twee voor landbouw. Vroeger hadden ook bedrijven geborgde zetels, maar dat is veranderd. De gedachte achter de geborgde zetels is dat bepaalde belangen altijd vertegenwoordigd moeten zijn in het waterbeheer.
Dat systeem maakt het waterschap bijzonder. Het roept ook vragen op over democratische verhoudingen. Aan de ene kant worden inwoners rechtstreeks vertegenwoordigd via verkiezingen. Aan de andere kant zijn natuur en landbouw verzekerd van een vaste plek in het bestuur. Dat laat zien dat het waterschap historisch sterk verbonden is met specifieke belangen in het gebied.
Ook de verkiezingsregels werden besproken. Wie op een kandidatenlijst staat, hoeft op dat moment nog niet in het waterschapsgebied te wonen. Pas bij beëdiging moet een gekozen bestuurslid ingezetene zijn van het gebied. Ook jongeren kunnen op een kandidatenlijst staan als zij nog geen 18 jaar zijn, zolang zij tijdens de bestuursperiode 18 worden. Dat biedt partijen ruimte om jongeren zichtbaar te betrekken bij politiek en bestuur.
Verder werd uitgelegd dat blanco stemmen meetellen voor de opkomst, maar geen invloed hebben op de zetelverdeling. Ze worden apart geregistreerd, net als ongeldige stemmen. Dat is een nuttige verduidelijking, omdat daarover vaak misverstanden bestaan.
De rol van de dijkgraaf kwam eveneens aan bod. De dijkgraaf is voorzitter van het waterschapsbestuur, maar wordt niet rechtstreeks gekozen door inwoners. De dijkgraaf wordt benoemd door de Kroon. Daarnaast is er een secretaris-directeur. Die is niet de politieke voorzitter, maar de hoogste leidinggevende van de ambtelijke organisatie. Bij Hollandse Delta gaat het om een organisatie met honderden medewerkers die dagelijks werken aan beheer, uitvoering, beleid en ondersteuning.
Een belangrijk verschil met gemeenten is het bestuursmodel. Gemeenten kennen sinds 2002 een dualistisch systeem: de gemeenteraad controleert het college, en wethouders maken geen deel uit van de raad. Het waterschap werkt nog met een monistisch systeem. Dat betekent dat leden van het dagelijks bestuur ook deel uitmaken van het algemeen bestuur. Zij bereiden dus mede besluiten voor, maar zijn tegelijk onderdeel van het bestuur dat die besluiten bespreekt en vaststelt. Dat systeem functioneert, maar maakt de rolverdeling soms minder scherp dan bij gemeenten.
Ook werd stilgestaan bij de ondersteuning van het algemeen bestuur. Bij gemeenten is er een griffie die de raad ondersteunt. Bij waterschappen is dat historisch anders ingericht, maar er zijn ontwikkelingen waarbij ook het algemeen bestuur meer eigen ondersteuning krijgt. Dat is belangrijk, zeker als het bestuur zijn kaderstellende en controlerende rol goed wil kunnen vervullen.
Een opvallend onderdeel van de training ging over de positie van volksvertegenwoordigers. Bestuursleden zijn onschendbaar voor wat zij zeggen in de vergadering. Dat betekent dat zij niet strafrechtelijk kunnen worden vervolgd voor uitspraken die zij binnen de vergadering doen. Tegelijkertijd betekent dit niet dat alles wenselijk of fatsoenlijk is. Er zijn gedragscodes en voorzitters hebben een rol om de vergaderorde en omgangsvormen te bewaken. De enige harde uitzonderingen liggen onder meer bij geheimhouding en grenzen die voortvloeien uit wet- en regelgeving. Democratische vrijheid vraagt dus ook om verantwoordelijkheid.
De training plaatste het waterschap ook in historisch perspectief. Nederland kende ooit duizenden waterschappen. Rond 1950 waren dat er nog ongeveer 2600. Na de Watersnoodramp van 1953 kwam de schaalvergroting in een stroomversnelling. Inmiddels zijn er 21 waterschappen. Die ontwikkeling laat zien dat waterbeheer steeds professioneler en grootschaliger is georganiseerd, terwijl de oorspronkelijke gedachte nog steeds herkenbaar is: mensen die samen verantwoordelijkheid nemen om het water te beheersen en het land leefbaar te houden.
De geschiedenis van de waterschappen gaat zelfs terug tot de middeleeuwen. Al rond de dertiende eeuw werkten boeren en grondeigenaren samen om polders droog te houden en water te beheren. Die oude traditie van samenwerking is nog steeds zichtbaar, maar de opgaven van nu zijn veel groter en complexer geworden.
Tijdens de bijeenkomst werd ook gewerkt met het krachtenveld rond het waterschap. Dat vond ik zelf één van de meest interessante onderdelen. Het algemeen bestuur staat niet op zichzelf. Het krijgt te maken met inwoners, media, adviesraden, wijk- en dorpsorganisaties, boerenorganisaties, natuurorganisaties, bedrijven, gemeenten, provincies, het Rijk, Europese regelgeving en maatschappelijke discussies. Denk aan PFAS, waterkwaliteit, rivierkreeften, bevers, grondwaterstanden, dijkversterkingen of wegenprojecten. Al die belangen komen uiteindelijk samen in bestuurlijke besluitvorming.
Juist dat krachtenveld maakt duidelijk dat het waterschap niet alleen een technische uitvoerder is. Natuurlijk is technische kennis onmisbaar. Maar uiteindelijk moeten bestuurders keuzes maken tussen belangen, kosten, risico’s en lange termijn. Dat maakt het waterschap politiek relevanter dan vaak wordt gedacht.
Ook de tijdsbesteding van algemeen bestuursleden kwam aan bod. Het werk vraagt meer dan alleen aanwezig zijn bij vergaderingen. Er zijn commissies, vergaderstukken, werkbezoeken, fractieoverleggen, informatiebijeenkomsten, werkgroepen en contacten met inwoners of organisaties. Een genoemd beeld was dat het werk gemiddeld rond de twaalf uur per week kan kosten, afhankelijk van iemands inzet, fractiegrootte en inhoudelijke betrokkenheid. Daarmee werd duidelijk dat actief worden in het waterschap serieus werk is.
Daarnaast werd gewezen op de dijkwachtenorganisatie. Wie niet direct politiek actief wil worden, maar zich wel wil inzetten voor waterveiligheid, kan mogelijk actief worden als dijkwacht. Dijkwachten worden getraind om bij hoogwater, droogte of mogelijke schade aan dijken extra ogen en oren in het gebied te zijn. Dat vrijwilligerswerk maakt duidelijk dat waterveiligheid niet alleen van bestuurders en ambtenaren is, maar ook van betrokken inwoners.
Wat deze eerste training voor mij waardevol maakte, is dat het waterschap uit de schaduw van het technische domein werd gehaald. Het werd zichtbaar als een bestuurslaag waar veiligheid, leefbaarheid, natuur, financiën, duurzaamheid en democratie samenkomen. Waterbeheer gaat niet alleen over pompen, dijken en zuiveringen. Het gaat ook over de vraag welke keuzes wij maken voor onze omgeving, onze inwoners en toekomstige generaties.
Voor inwoners is het belangrijk om te weten dat het waterschap dichterbij staat dan vaak wordt gedacht. We merken het bij wateroverlast, bij droge periodes, bij werkzaamheden aan dijken of wegen, bij de belastingaanslag en bij discussies over schoon water en natuur. Achter al die momenten zitten besluiten van het waterschapsbestuur.
Mijn belangrijkste conclusie na deze eerste bijeenkomst is dat waterbeheer ook democratie is. Het vraagt deskundigheid, maar ook betrokkenheid. Het vraagt techniek, maar ook politieke afweging. Het vraagt investeringen van nu, om problemen later te voorkomen. En het vraagt inwoners die begrijpen waarom het waterschap ertoe doet.
De eerste training van Actief voor het Waterschap heeft daarmee een stevig fundament gelegd. Niet alleen om te begrijpen wat het waterschap doet, maar vooral om te zien waarom deze bestuurslaag belangrijk is voor de toekomst van onze leefomgeving.
